Meditatie


 

Wandelen met God

En Henoch wandelde met God … Genesis 5 : 22.

 

In het kerkelijk jaar heten de zondagen in november, voordat de adventstijd aanbreekt, de zondagen van de voleinding en de laatste zondag, eeuwigheidszondag.

Daarmee wordt het kerkelijk jaar afgesloten.

Wij denken dan niet aan zoiets als een ‘afronding’ maar, veel meer toekomstgericht, aan de voltooiing van al Gods plannen bijvoorbeeld met ons eigen leven.

Daarbij is ook de vraag waar het in ons leven werkelijk om gaat. Dus hoe leven wij en hebben wij geleefd.

In de Bijbel lezen wij over Henoch …, hoe hij leefde en dat God hem wegnam. Zo lezen wij in Genesis 5 : 21-24: En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach verwekt had. En hij verwekte zonen en dochters. En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God nam hem weg.

Als je dit leest dan klinkt dat een beetje sprookjesachtig: Henoch wandelt met God en ineens is hij er niet meer, want God heeft hem in de hemel opgenomen. Heel bijzonder …, ook in die tijd.

In Genesis 5 worden heel wat personen genoemd die toen leefden. En dan ineens die paar woorden die er uit springen: ’en Henoch wandelde met God’ tot 2x toe. Hij wordt boven de anderen uitgetild. Dat betekent niet, dat de andere mensen niet in God geloofden. Maar wel, dat het geloof van Henoch heel bijzonder was, de NBV vertaalt met ‘Henoch leefde in nauwe verbondenheid met God.’

Henoch leeft namelijk in een tijd waarin velen zich weinig tot niets van God aantrekken.  Maar Henoch laat zich in die goddeloze tijd niet van de wijs brengen. Hij doet geen water bij de wijn door een halfslachtige gelovige te worden. Henoch leeft dicht bij de Heere. Zo heeft dat wandelen ook niks te maken met een incidentele wandeling, maar elke dag leven met God, in verbondenheid met God.

In zijn alledaagse leven, in de kracht van zijn leven, wandelde hij met God. Niet pas toen hij oud was en wellicht wel wat tijd over had, of toen hij de dood in de ogen keek, maar dagelijks. Verhoudingsgewijs krijgt Henoch al zeer jong een zoon. Toen werd al van hem gezegd: hij wandelde met God. Een typerende levenshouding want Henoch had de Heere lief. Hij liet zijn leven door God beheersen.

 

Verderop in de Bijbel wordt Henochs geloof ons voorgehouden als voorbeeld, als wij lezen in HebreeŽn 11:5 ‘Door het geloof werd Henoch weggenomen, opdat hij de dood niet zou zien.’

‘Zonder geloof is het immers onmogelijk God te behagen. Wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, en dat Hij beloont wie Hem zoeken (vs. 6).

Wandelen met God betekent dan ook: luisteren naar Hem. De Heere vindt het prachtig als je je leven aan Hem toevertrouwt. Daar kon God behagen in hebben.

Dus wie in dit leven met God wandelt verwacht het van Hem en is op weg naar Gods Koninkrijk. En dan, ineens is Henoch er niet meer. Want wandelen met God loopt uit op leven bij God. Dat wandelen in geloof wordt dus beloond.

Als je wandelt met God word je niet beloofd dat je altijd wind mee hebt. Soms stormt het en heb je de wind pal tegen. Wandelen met God kan ook betekenen leven met verdriet om gemis of eenzaamheid of om wat mensen je aandoen. Juist dan dat doel van je wandeling in de gaten houden en niet alleen letten op de tegenslag van het moment. Want God laat je niet in de steek.

En vergeet het niet: wandelen met God is ook wandelen met Jezus Christus. Die heeft in Zijn leven al die dingen en moeiten een halt toe geroepen. Dat moeten wij onderweg niet vergeten. U mag dus zeker zijn van Gods trouw. En dat doet ons danken voor elke nieuwe morgen en dankbaar zijn voor elke nieuwe dag, omdat je weet dat je met al je zorgen bij de Vader komen mag.

Dan is er nog steeds veel te huilen: en hij stierf, en zij stierf. Je man of je vrouw, je broer of je zus, misschien je kind. Die lege plaats aan tafel, het lege bed, het blijft pijn doen. Wie wandelen met God worden niet alle tranen bespaard. Maar als je soms moet huilen mag je bij je Vader schuilen.

En wandelen met God is ook dit, dat Hij tegen je zegt: Als jij niet meer lopen kunt, dan draag ik je!

 

Amen.

                              

Ds. G.D. Hoff