Meditatie



 

'De biddende bouwer'

 

'De koning zei tegen mij: Wat verzoekt u dan? Toen bad ik tot de God van de hemel en zei tegen de koning:

Als het de koning goeddunkt, en als uw dienaar u welgevallig is, dat u mij dan naar Juda stuurt, naar de stad met de graven van mijn vaderen, zodat ik die weer op kan bouwen.'  (Nehemia 2 : 4 – 5)

 

Hoe vaak zeggen wij niet tegen elkaar dat afbreken sneller gaat dan opbouwen?  Op internet zag ik een filmpje, waarop een groot, oud gebouw dat ooit met veel zorg ontworpen en opgebouwd was, met dynamiet werd opgeblazen en waarvan in luttele seconden alleen nog wat stof en gruis overbleef.

 

Misschien is die gedachte ook wel door Nehemia heengegaan, toen hij daar stond bij de totaal verwoeste  stadsmuren van Jeruzalem en de prachtige toegangspoorten, die door vuur waren verbrand. Wat met zorg was ontworpen en in enkele tientallen jaren was opgebouwd, was in zeer korte tijd met de grond gelijk gemaakt. De Heere heeft het Nehemia, de wijnschenker van koning Arthasasta, in zijn hart gegeven om die muren weer te gaan herbouwen. Een enorm werk! Maar voordat het zover is, moet Nehemia eerst heel wat moeilijkheden trotseren, want opbouwen gaat minder snel dan afbreken.

 

Met knikkende knieŽn staat hij voor koning Arthasasta, die er de oorzaak van is dat die eens zo prachtige muren nu als stof en gruis ter aarde liggen. En ineens klinkt het: 'wat verzoekt u dan?' Nehemia moet antwoorden, maar wat zal hij zeggen?! En dan bidt hij eerst tot God. Dat is altijd de goede volgorde en dat wil deze geschiedenis ons leren. Bij alles wat wij moeten en mogen doen, eerst altijd het Aangezicht van de Heere zoeken in gebed.

Nehemia geeft ons het goede voorbeeld. Volgen wij dat na? 

 

Wij maken als gemeente van Christus een moeilijke en akelige tijd mee. Ook in ons persoonlijke, geestelijke leven wordt er aan de deuren van ons hart gerammeld en dreigen de muren van ons geestelijke levenshuis  misschien wel in te storten en vragen wij ons af: 'waar is God?' Waar is de Heere, Die de Schepper en Onderhouder van ons leven is, nu door deze zware crisis onze zaak en alles wat we met veel inspanning hebben opgebouwd, in korte tijd dreigt om te vallen? Hoe moet het verder met onze kinderen, die misschien wel al leermoeilijkheden hadden en die nu helemaal achterop dreigen te raken, nu zij niet naar school kunnen? Hoe zal het verdergaan met onze gezondheid, wanneer we door ziekte getroffen zijn en op een wachtlijst staan om een behandeling te kunnen ondergaan? En, hoe komen wij als kerkelijke gemeente uit deze crisis, wanneer alles weer 'normaal' zal zijn?

 

Maar je kunt die vraag ook omdraaien! Want waar zijn wij? Eigenlijk kunnen wij toch maar ťťn ding doen? En dat is: bidden! Want bidden is bouwen! Bidden is geen afbraak, maar opbouw! Bidden is de Heere aanroepen om uitkomst en uitredding. Bidden is belijden, dat de Heere die uitkomst ook zal geven! Nehemia durft bijna niet te geloven dat de koning hem zal laten gaan om de muren van Jeruzalem te herbouwen en vanuit die nood roept hij tot God. Geen lang gebed, maar hij bidt! En de Heere hoort! Zijn Naam is wonderlijk en wat maakt Hij Zijn Naam waar! Nehemia verwondert zich, want het was goed in de ogen van de koning. Je hoort de verwondering in deze geschiedenis. De Heere hoort en Hij verhoort. Daar mogen wij in het bijzonder op Biddag aan denken en ons aan vastklampen.

 

Hoe is het mogelijk, dat wij als afhankelijke, zondige, kwetsbare mensjes een oor vinden bij God. Heeft u zich daar nu ook al eens over verwonderd? Nehemia verwondert zich. Soms worden wij in ons ongeloof beschaamd. Wij denken dat het leven maakbaar is, maar deze crisis, waarin wij ons nu bevinden, leert ons, dat het leven geenszins maakbaar is en dat de Heere niets aan ons verplicht is. En toch schenkt Hij ons dag aan dag Zijn zegeningen: eten en drinken, een verwarmd huis, familie en vrienden, gezondheid, vrijheid, onze huisdieren van wie wij onvoorwaardelijke liefde ontvangen en nog zo heel veel meer.

Met de auto reed ik onlangs vanuit Huizen door de Flevopolder. Ineens kwam er van rechts een grote auto, een pick-up, vlak voor mij rijden en op de achterzijde van de wagen las ik met grote letters: 'No farmers, no food' (= geen boeren, geen eten). Ik stemde ermee in, maar even later dacht ik: 'nee, niet goed, want zonder de Heere geen groei, geen zegen!' Het leven zonder God is niet maakbaar. Wij zijn afhankelijk en wat een zegen, wanneer wij dit door de werking van de Heilige Geest in ons leven hebben leren inzien. 'No God, no farmers, no food.'

 

Nehemia zag het in, de Heilige Geest had hem het zaligmakende geloof in zijn hart gegeven om het in alles van de Heere alleen te verwachten. Dat maakte hem tot 'een biddende bouwer'.  Bouwt u mee, gemeente?

Laten wij onze handen vouwen, onze ogen sluiten en laten we bidden! Want bidden is bouwen! Bouwen aan Gods Koninkrijk, maar ook bouwen in en aan ons persoonlijke- en geestelijke leven, want in die weg is zeker zegen te verwachten! Bovenal wat een troost te mogen weten dat daar een biddende Heere Jezus is, Die als biddende Middelaar, Hogepriester en als biddende Bouwer aan de rechterhand van God, de Vader, voor ons bidt!

 

Dan kan Gods kind het zingen:

Nooit kan 't geloof teveel verwachten, des Heilands woorden zijn gewis,

t faalt aardse vrienden vaak aan krachten, maar nooit een vriend als Jezus is.

Wat zou ooit Zijne macht beperken? 't Heelal staat onder Zijn gebied.

En wat Zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem Zijn vermogen niet.

Die hoop moet al ons leed verzachten, komt reisgenoten, 't hoofd omhoog!

Voor hen die 't heil des Heeren wachten, zijn bergen vlak en zeeŽn droog.

 

Albert N.J. Scheer, Huizen