Meditatie


 

 

 

Van Bevrijdingsdag tot Hemelvaartsdag en andersom

 

“En zodra de draak zag dat hij op de aarde was neergeworpen, ging hij de vrouw vervolgen …,

En aan de vrouw werden twee vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats waar zij gevoed wordt …”

Openbaring 12: 13a en 14a.

 

bijbel2In dit visioen uit het boek Openbaring heeft de gemeente van Christus de gestalte van een vrouw, weerloos en kwetsbaar. Zij is op de vlucht geslagen voor de draak, naar de woestijn (vers 6). In de verte ziet de draak haar verdwijnen. Een steeds kleiner wordende stip. Maar hij gaat er achteraan. Zoals ooit ook eens de Farao de achtervolging inzette toen het volk IsraŽl ook de woestijn introk.

De satan bedreigt Gods kerk. Wel eens iets van gemerkt? Want dat gaat nog altijd door.

De gemeente van Christus wordt achterna gezeten. Nu eens in de vorm van openlijke vervolgingen en dan weer eens op een meer verborgen wijze.

In vers 15 werpt de boze de vluchtende vrouw een rivier achterna, een sterke stroom, bedoeld om haar mee te sleuren. Volgens sommige uitleggers zou deze rivier kunnen slaan op de welvaart waarmee de duivel ons wil inpakken. Welvaart kan ons verblinden en van God aftrekken. Dat is helaas ook wel herkenbaar. Zeker in de naoorlogse jaren die worden gekenmerkt door grote welvaart. Maar in geestelijk opzicht zinken wij ook als land en volk steeds dieper weg.

Juist rond de vijfde mei is het een klemmende vraag wat wij met onze vrijheid hebben gedaan.

Vrijheid is maar al te vaak ontaard in losbandigheid. Uiterst geraffineerd weet de boze mensen te bedwelmen, en dat proces gaat ook de kerk bepaald niet voorbij.

Ook wij worden door de geest van de tijd beÔnvloed. Zijn wij dan ook waakzaam in geloof en gebed?

 

In Openbaring 12 lijkt het een ongelijke strijd. Die grote draak en die kleine, zwakke vrouw.

Hoe loopt het af in dit visioen? Kan zij zich wel tijdig uit de voeten maken om de draak voor te blijven?

 

En dan het wonder: de vrouw mag zich uit de vleugels (!) maken. Want zij ontvangt twee krachtige vleugels van een grote arend, de koning van de vogels. Met krachtige slagen vliegt zij weg de woestijn in. En de draak heeft het nakijken. De vrouw wordt door God Zelf in veiligheid gebracht. In de woestijn!

Nee… dat is hier geen geografisch gebied maar een aanduiding van de bestaanswijze van de kerk in deze wereld. De weg naar het Koninkrijk van God voert door de woestijn. De navolging van Christus betekent kruis dragen. Maar juist in de woestijn laat de Heere op een wonderlijke wijze Zijn zorg ervaren. Hij onderhoudt de Zijnen.

De vrouw vliegt naar de plaats waar zij gevoed wordt. Met Zijn Woord, maar ook met brood en wijn.

 

Zouden wij die vleugels een naam mogen geven? Ik denk van wel. Het geloof en het gebed. DŠt zijn de vleugels waarmee de kerk de satan kan ontvluchten.

Het geloof dat God sterker is dan de boze. En het gebed dat zich aan de Heere, Die de hemel en de aarde gemaakt heeft, vastklampt. Hierdoor wordt de draak op een afstand gehouden. De satan schudden wij zelf niet van ons af. Wij kunnen hem alleen van ons af bidden.

 

De vleugels echter van geloof en gebed hebben oefening nodig. Bij wie van ons zijn de vleugels verslapt? Bij wie is de gang, de vlucht er uit geraakt? Het geloof leeft zo weinig de laatste tijd, zo zuchten wij misschien wel. En het gebed is zo zwak en ingezonken. Mijn bidden is meer een vorm dan dat het een hartstochtelijk aanroepen van de Heere is. Kan het nog weer anders worden?

Ja …, want wij hebben een levende Christus, Die aan Gods rechterhand is gezeten en Die alle macht bezit, ja, Die ook voor ons bidt!

Laat u vanuit dit visioen uitdrijven tot Hem, juist rond de Hemelvaartsdag als wij de kroning van de Koning gedenken. Heerlijk om Hem te kennen en te dienen.

Opdat wij niet worden ingehaald door de draak maar veilig en geborgen zijn in Gods trouwe hoede.

 

Eenmaal komt de grote Bevrijdingsdag bij Jezus' wederkomst.

Dan zal de duivel voorgoed verdwijnen in de vuurpoel van het oordeel.

En allen die Christus hebben liefgekregen, zullen altijd met de Heere zijn.

 

Juicht, o volken, juicht,

Handklapt, en betuigt

Onzen God uw vreugd.

Weest te za‚m verheugd;

Zingt des Hoogsten eer;

Buigt u voor Hem neer.

(Psalm 47: 1a)

 

Ds. G.D. Hoff.