Meditatie


Zo zegt de HEERE: Ga staan op de wegen, en zie, vraag naar de aloude paden, waar toch de goede weg is, en bewandel die. Dan zult u rust vinden voor uw ziel. Maar zij zeggen: Wij bewandelen die niet. Jeremia 6:16

Het tempelcomplex in Jeruzalem, daar klopt het religieuze hart van het koninkrijk Juda. Het moet er een drukte van belang zijn geweest, zeker na de hervormingen van koning Josia die ervoor gezorgd had dat de offerdienst enkel en alleen in Jeruzalem mocht plaatsvinden. Andere offerhoogten en altaren waren afgebroken, De HEERE mocht alleen in Jeruzalem worden gediend volgens de nauwgezette regels van het wetboek dat bij de restauratie van de tempel onder het stof vandaan was gehaald. Iedereen die wilde offeren of God wilde raadplegen diende dus af te reizen naar Jeruzalem. De hoogtijdagen van de godsdienst, de dienst van de HEERE, leken wel te zijn aangebroken. En de leiders van het volk, priesters en profeten, waren tevreden met zichzelf. ‘Ons zal geen onheil treffen (5:12)’ zeggen de profeten en ‘alles gaat naar wens (6:14 NBV21)’.

Dan klinkt er over het tempelplein een stem, een stem waarvan de toehoorders gelijk al weten dat die weinig goeds te vertellen heeft. Het is de stem van Jeremia; ‘de onheilsprofeet’ zullen velen hebben gedacht. ‘Zo zegt de HEERE: Ga staan op de wegen,’ of, zoals de NBV21 vertaalt: ‘Je staat op een kruispunt.’ Jeremia is de profeet die het onheil over Juda afkondigt, die de schijnheiligheid en de corruptie van de elite aan de kaak moet stellen. ‘Jullie denken misschien dat God met jullie is en dat het lot van het koninkrijk Israël jullie bespaard blijft maar daarmee slaan jullie de plank mis. Jullie lopen met het wetboek onder je arm maar intussen respecteren jullie elkaars huwelijk niet eens (5:8), verrijken jullie jezelf ten koste van anderen (5:27), wordt wezen en weduwen onrecht aangedaan en worden de armen onderdrukt (5:28). Daarom trekt God zijn handen van jullie af.’

‘Zien jullie het dan niet’ roept Jeremia de menigte toe. ‘We staan nog op een kruispunt, het is nog niet te laat. Ook al lijkt Gods plan vast te staan, er is nog een mogelijkheid om een andere, goede, weg in te slaan. Jullie kennen de aloude paden toch? Of lezen jullie niet in het wetboek waar jullie zo trots mee rondlopen? Staat daar niet in dat de HEERE gerechtigheid van jullie verwacht, dat jullie horen te zorgen voor de zwakken uit de samenleving? Jullie kunnen er nu nog voor kiezen om een andere weg in te slaan, de weg van Gods gerechtigheid!’

Jeremia wil de mensen stilzetten zodat ze tot inkeer komen, maar in plaats daarvan lopen ze met open ogen het onheil tegemoet. Wat een pijn moet het Jeremia hebben gedaan dat hij een boodschap moest brengen waar niet naar geluisterd zou worden, terwijl hij intussen gruwelijke visioenen te zien kreeg over de ondergang van Juda en Jeruzalem. De mensen weigeren zich te laten stilzetten en volharden daarin totdat Gods geduld op raakt en Jeremia de opdracht krijgt om te stoppen met bidden voor een volk dat de ondergang over zichzelf afroept (7:16).

Laten wij ons wel eens stilzetten? Er zijn kruispunten genoeg in het persoonlijk, maatschappelijk en kerkelijk leven om halt te houden. Betrekken we de aloude wegen, de Bijbel en de christelijke traditie, nog in het maken van keuzes voor afslagen in ons leven? Hoe is het bij ons gesteld met het doen van recht aan de armen en verdrukten? Leggen we ons maar neer bij het onrecht in de wereld of ontbrandt er nog een heilig vuur wanneer we horen, zien of lezen over het onrecht, de ongelijkheid en het geweld op deze aarde? Laat de vakantietijd eens zo’n kruispunt zijn om de oude wegen te onderzoeken en onze eigen wegen eens kritisch te bekijken.

Als u de enquête heeft ingevuld zult u zich wellicht realiseren dat onze gemeente ook op een kruispunt staat. Welke kant gaat het straks op? Laten we niet vergeten om, naast alle mogelijk te nemen afslagen, te vragen naar de aloude paden van Gods woord. Om ondanks de onvermijdelijke verschillen van mening en inzicht die zich zullen aandienen elkaar toch recht te blijven doen en er niet te gemakkelijk vanuit te gaan dat God wel aan onze kant zal staan.

Een paar honderd jaar later is het opnieuw een drukte van belang op het (nieuwe) tempelplein. En opnieuw klinkt er een stem die het onrecht en de corruptie aan de kaak stelt. Een man die in heilige woede de handelaren de tempel uit jaagt. Blijkbaar zijn de mensen weinig veranderd, zelfs niet na een ballingschap. Maar deze keer loopt het anders af, deze keer wordt niet (alleen) naderend onheil maar het koninkrijk der hemelen verkondigd. Deze keer is het God zelf die ervoor kiest om in de Zoon ten onder te gaan aan het onrecht en geweld van deze wereld. De God die bij Jeremia nog zijn handen aftrok van het koninkrijk Juda strekt nu, in de Zoon, zijn handen uit naar de hele wereld. Daarom kunnen we, hoe ver we ook af zijn gedwaald van de aloude wegen en hoe vaak we ook de verkeerde afslag hebben genomen, bij Hem terecht. Dan zult u rust vinden voor uw ziel.

Jordi van Kleeff