Meer dan overwinnaars?

‘Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, noch  engelen noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons bewezen heeft in Christus Jezus, onze Heere’.

(Romeinen 8:38-39).

 

Het slot van Romeinen 8 is een geliefd Bijbelgedeelte. We lezen het graag op de kruispunten van het leven. Er zit namelijk iets onverschrokkens in, iets koppigs en dappers, wat wij in ons geloof soms ook hebben, en tegelijkertijd ook vaak missen. Niet voor niets noemen we dit het zegelied. Op dezelfde manier als soldaten in vroeger tijden de vijand zingend tegemoet traden, zo doen wij als christenen dat met deze woorden als we geconfronteerd worden met aanvallen van de satan. We zingen, zeggen en bidden ze recht in zijn gezicht: niets zal ons kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons bewezen heeft in Christus Jezus. En tegelijkertijd: als het er echt op aankomt zou je dat dan nog steeds hardop durven zeggen. Als die strijd meer wordt dan de aanvechtingen die wij kennen. Als onze situatie meer gaat lijken op die van de vervolgde christenen, bijvoorbeeld in India waar ik tijdens de Nacht van gebed van Open Doors aandacht voor mocht vragen. Als die vijand echt een gezicht krijgt in die oom of die collega die een straat verderop woont en met lede ogen aanziet dat je christen wordt. Dat is een schande voor de familie, want in India ben je geen christen, maar hindoe. Christenen komen immers uit het westen, dat zijn de mensen die jouw land als een kolonie beschouwden en grof geld hebben verdiend over jouw rug. En daarom ben je hindoe en geen christen en daarbij maakt het niet uit of je veel werk van je geloof maakt, welke van de honderden goden je dient, als je maar hindoe bent. Anders ben je een gevaar voor de bestaande orde, een bedreiging voor de lieve vrede. En dan moet je uit de samenleving weggedaan worden. Desnoods met geweld. En denk maar niet dat je op hulp van de overheid kunt rekenen. Want die is ook hindoe en die wint de verkiezingen door juist dat te benadrukken. In India zijn we hindoe, van al die andere geloven willen wij niets weten. En dat zul je merken ook.

 

En toch, ondanks de zorgen die christenen daar echt hebben, voor zichzelf en voor hun gezin blijven ze het gewoon zeggen: Niets kan ons scheiden van de liefde van God, die Hij ons bewezen heeft in Jezus Christus. Hoe kom je daar, als christen? In de eerste plaats moet je zeggen: dat word je ook gewoon gegeven, het is een gave, de gave van geloof, die je niet kan worden

 

afgenomen, zodat anderen in de gemeente zich aan je op kunnen trekken. En dat is waarom we in het bijzonder voor de sterkhouders in vervolgde gemeenten bidden. Opdat ze blijven staan en anderen met hun moed en onverschrokkenheid kunnen blijven inspireren. Ja, ze zijn bang, voor zichzelf en hun kinderen, het gaat over leven en dood. Maar dat is juist dapperheid, dat je bij gevaar niet wegduikt maar opstaat, omdat je weet wat er op het spel staat. Iedereen is bang, ook christenen, het gaat er alleen om wat je met die angst doet.

Maar er valt meer over te zeggen dan dat het alleen een gave is, het is ook een houding, een andere blik op de werkelijkheid, want als er iets opvalt in het zegelied en hun getuigenis is dat ze voor de kracht daarvoor van zichzelf afkijken. De strijd is fel, maar de overwinning is al behaald. Ze zijn niet meer van deze wereld en de machten die daar nog rondwaren, ze zijn ook geen IndiŽr meer, ze zijn van Jezus Christus die hen vrijgekocht heeft met Zijn bloed. Ze beseffen wat het Hem gekost heeft en wat hen dat gebracht heeft. En daar kunnen en willen ze gewoon niet meer achter terug. Ze zijn veilig in Zijn handen, want Hij regeert en hoe staat dat er: wie oordeelt, wie klaagt er aan, wie heeft het nu werkelijk voor het zeggen: dat is Jezus Christus en zij vallen niet uit Zijn hand!

Ik vind daarom ook die ene zin uit dit gedeelte wel veelzeggend, dat voelt altijd een beetje als een valse noot in dat lied, dan gaat het opeens over slachtschapen die worden gedood. Dat is natuurlijk een verwijzing naar Christus en het Oude Testament. En ja, Paulus blijft een schriftgeleerde die te pas en te onpas toch even op die manier zijn betoog graag wil onderbouwen. Tegelijkertijd is het een kernzin in het lied, want juist bij christenen als Paulus, bij christenen die weten wat tegenstand van de satan is, christenen die moeten vrezen voor hun leven en toch koppig doorgaan, bij die christenen is er ook de overtuiging dat alles wat zij afzien, dat alles wat zij in moeten leveren ook een offer aan God is, die zoveel meer heeft overgehad voor hen. Zij geven hun leven omdat de Heere dat ook deed voor hen.

Ik hoop dat dit soort gedachten ook jou tot een gebed mag inspireren. Een gebed juist voor die broeders en zusters voor wie alles op het spel staat vanwege het geloof. En dat je dan hetzelfde mag ontdekken: ook jij mag moed houden, want bedenk dit: Jezus Christus heeft de wereld overwonnen.

 

Ds. M. Roelofse, Katwijk aan den Rijn