Meditatie






 

Getuige zijn!

 

“… en u zult Mijn getuigen zijn …!

bijbel2Hand. 1 : 8 midden

 

‘U zult Mijn getuigen zijn!’ Dat is zo ongeveer het laatste wat de discipelen van hun Meester horen. Een opdracht. Toen Hij dat gezegd had, werd Hij voor hun ogen opgenomen. Dat de Heere Jezus hen met die opdracht achterlaat laat zien dat de lijn van het discipelschap ‘vanzelf’ overgaat in het apostelschap. De leerling kan niet altijd leerling blijven, maar moet een keer op eigen benen staan en eropuit gaan om de boodschap van de Meester verder te dragen. Getuige zijn behoort noodzakelijk bij het discipelschap. Het laatste loopt in het eerste uit. Als het goed is.

 

Bij ‘getuige’ zijn denken wij als vanzelf aan een rechtszaak waarbij een getuige vr of tgen de gedagvaarde getuigt. Er is inderdaad een rechtsgeding gaande tussen God en de wereld. Sinds de zondeval heeft God een rechtsgeding met de inwoners van deze wereld. Waar wordt dat rechtsgeding tussen God en de wereldbewoners vooral gevoerd? Overal waar Gods Woord klinkt!

 

Daar hebt u de eerste invulling van het woord ‘getuige’. Als Jezus Zijn discipelen de wereld instuurt met de opdracht om Zijn getuigen te zijn, stelt Hij hen aan als getuigen in het rechtsgeding dat God tegen de wereldbewoners aanspant. Zij zijn allereerst getuigen aan Gods kant, tgen de inwoners van de wereld, die zij van het ergste misdrijf beschuldigen: het verachten van Gods wil en wet! Niet n sterveling die in dit vonnis geen partij is. Tegenpartij. En daarom schuldig. U en ik, wij worden mt heel de wereld voor God schuldig gesteld en daarom veroordeling waardig. Die dagvaarding wordt u onder de prediking keer op keer bezorgd.

 

De discipelen waren niet de eersten die deze opdracht kregen. Isral was al eerder en als eerste geroepen Gods getuige te zijn (o.a. Jes. 43 : 10, 11). Maar Isral verzaakte zijn plicht. Er is er maar n uit heel Isral die Zijn taak heeft verstaan: Jezus Christus, de getrouwe Getuige. In het grote proces dat God tegen deze wereld, tegen u en mij aanspant, heeft Jezus Gods kant gekozen. Hij heeft het heilig recht van God over de inwoners van deze wereld erkent en gehandhaafd. Het recht dat alle kinderen van Adam, ook u en ik, hebben verworpen, heeft Hij door alles heen hooggehouden.

 

Daalde toen vuur van de hemel om al die goddeloze mensen - daar horen wij ook bij - te verteren? Dat hadden de discipelen wel gewild (Luk. 9 : 54). Maar het ongelooflijke gebeurde. Toen de Heere Jezus de kant van God koos en voor Gods recht in de bres trad..., koos Hij tevens onze kant. De getuige aan Gods kant nam het ook op voor de veroordeelden, tegen wie God Zich moest keren. Het vuur van Gods heilige toorn dat ons moest treffen, verteerde Hem. Dat hield voor schenders van Gods heilig recht vrijspraak in. Wel een vreemde vrijspraak.

 

Dat alles wordt tot een levende en beleefde werkelijkheid door de kracht van de Heilige Geest. Want getuige zijn en de Heilige Geest kunnen niet van elkaar worden losgemaakt, zegt onze tekst. Op deze manier mkt de Heilige Geest tot getuige.

Amen.

 

Ds. G.D. Hoff.