Gelezen in.........

 

In de Waarheidsvriend van 31 maart jl. verscheen de onderstaande column, geschreven door Marieke den Butter-Kommers. Zij werkt in Zuid-oost Azië.

 

Anker

Ik heb geen verstand van zeilen. Sterker nog… ik kan me niet herinneren dat ik ooit gezeild heb. Toch kan ik me een aantal dingen voorstellen en het voorbeeld dat ik pas las, gaf me reden tot nadenken.

 

Wanneer mensen langs de kust op een boot willen blijven slapen, wordt er voor de nacht een anker uitgegooid. Dit is erg belangrijk en ik hoorde dat er zelfs weleens een duiker het water ingaat om te inspecteren of het anker wel goed vastligt. Dit alles om ervoor te zorgen dat het schip blijft waar het is.

Als een anker niet goed vastzit, blijft een boot wel een tijdje liggen op ongeveer dezelfde plek, maar na een tijdje gaat het dobberen. Zachtjes, geleidelijk kan het met de stroom meegaan en de gevolgen kunnen levensgevaarlijk zijn. Het schip kan tegen rotsen slaan of vastlopen op het strand.
 

ANKER en de christelijke betekenis

Je zou de kerk en de individuele christen kunnen vergelijken met zo’n boot. De Bijbelse leer en de leerstellingen van het christelijk geloof zijn het anker van de boot.

Wat gebeurt er als de lijn wordt doorgesneden of als het anker niet goed vastligt? ‘In de eerste instantie niet zoveel’ zegt filosoof Mark Mittelberg. ‘Traditie en gewoonten houden het schip nog wel een tijdje op zijn plaats. Maar het gevaar komt met het verloop van de tijd. De stroom van cultuur neemt de boot mee, laat het schipbreuk lijden op de rotsen van dwaalleer en laat het zinken in diepe irrelevantie.’

 

Theologie doet ertoe. De kerkgang doet er toe. De ‘vreze des Heeren’ doet ertoe. De belijdenisgeschriften doen ertoe. Salomo begreep dit volgens mij, toen hij bad om een opmerkzaam hart. Om ‘met inzicht onderscheid te maken tussen goed en kwaad’.

Onderscheidingsvermogen is een gave die God geeft als we Hem met heel ons hart zoeken. Het komt in het kielzog van Hem vrezen.

 

Afbeelding met tekst, watersport, golf

Automatisch gegenereerde beschrijvingLaten we omwille van de volgende generaties ons anker stevig vastmaken op de rots. Een rots die door de eeuwen heen heel wat golven over zich heen heeft gekregen, maar die nog zo vaststaat als een huis.

 

 

 

 

 




 

In ‘Petrus’, een wekelijkse digitale nieuwsbrief van de Protestantse Kerk, verscheen een korte serie artikelen over rituelen, gebruiken en voorwerpen die typisch protestants zijn. Hieronder het verhaal over de geschiedenis van de kerkbank.

 

Een lange zit: de geschiedenis van de kerkbank

Rijen, symmetrisch achter elkaar opgesteld: de houten kerkbank. Wie introduceerde deze, vaak allesbehalve comfortabele zitplekken in de kerk?

 

In oude stadskerken zijn houten banken vaak prominent aanwezig. En ze lijken minstens zo op leeftijd als het gebouw zelf. Toch is dit maar zelden het geval. Veel kerken hadden vroeger namelijk helemaal geen vaste zitplekken. In middeleeuwse kerken stond je, liep je wat rond of knielde je in gebed naar het altaar gericht. Alleen in het hoogkoor stonden banken voor de geestelijkheid die een rol speelde in de mis die werd opgedragen.

 

Afbeelding met vloer, binnen, muur, stoel

Automatisch gegenereerde beschrijving

 

Betaalde zitplaats

De eerste, toen nog stenen, kerkbanken verschenen waarschijnlijk rond de dertiende eeuw in Engelse kerken. Ze werden geplaatst langs het schip, het middendeel van de kerk. Daar konden kerkgangers even op plaatsnemen, al was dat ’s winters vást niet zo’n pretje. 

Weer later werd de houten bank geďntroduceerd in de kerk. Aan het einde van de middeleeuwen waren deze banken in redelijk wat kerken te vinden. Meestal waren dat niet zomaar kerkbanken, maar herenbanken. Ze werden gepacht door adellijken en andere invloedrijke figuren, die (ruim) betaalden voor een – met fantastisch houtsnijwerk versierde – zitplaats op een prominente plek in de kerk.

 

Geen koude voeten meer

Rond de Reformatie en in de periode daarna werd de kerkbank een steeds logischer onderdeel van de inrichting van de kerk. De eredienst draait in de protestantse kerk immers om het Woord, dat wordt verkondigd in de preek. Daar moet je aandachtig (zittend op een bank) naar kunnen luisteren. 

De houten banken werden geschaard rond een nieuw middelpunt: niet meer het altaar, maar de preekstoel stond centraal. Om zo weinig mogelijk last te hebben van de koude stenen kerkvloer in de winter, werden banken vaak in een blok achter elkaar op een houten vlonder geplaatst.

 

Zien en gezien worden

Niet alleen aan het einde van de middeleeuwen, maar juist ook in de eeuwen daarna, vertelde je zitplaats in de kerk veel over je sociale status. De dorpselite zat bijvoorbeeld recht tegenover de dominee en de kerkenraad op een herenbank. Of ze kozen een andere plek waar ze goed voor betaalden, en vooral: perfect te zien waren voor hun dorpsgenoten. 

 

Vrouwen- en mannenbanken

Mannen en vrouwen zaten niet bij elkaar in de bank. Dat is goed te zien in de zestiende- en zeventiende-eeuwse interieurs van bijvoorbeeld dorpskerkjes in Friesland. Daar staan verschillende typen banken aan beide kanten van de kerkzaal. Mannen zaten op een gesloten bank met aan de voorkant een lessenaar, hier konden ze hun Bijbel of psalmboek op kwijt. Voor de vrouwen stonden er eenvoudige, open banken zonder lessenaar. Waarom dat laatste? De meeste vrouwen konden toch niet lezen, daar werd tenminste vanuit gegaan. De open bank was daarnaast handig om de vele rokken handig onder de smalle rugleuning te draperen.

 

Comfortabele keuze

Steeds vaker verdwijnen momenteel de traditionele banken uit het kerkinterieur en worden ze vervangen door stoelen. Zo kan er flexibeler met de ruimte worden omgegaan en zit de kerkganger er in veel gevallen een stuk comfortabeler bij. 

Maar wat gebeurt er met die oude, vertrouwde banken? Er zijn veel mogelijkheden. Zo is er is een levendige handel op Marktplaats, maar zo’n oude bank staat ook fantastisch in een vintage interieur en grote gezinnen schuiven een kerkbank bijvoorbeeld bij de eettafel.