Gelezen in.........

 

In een meditatie in De Waarheidsvriend schreef ds. M. Visser uit Wezep over goede voornemens en wat het belangrijkste is. Hij schrijft o.a. over het leven van Petrus, voordat hij ter dood wordt gebracht.

 

Voor Petrus ter dood werd gebracht, herinnerde hij ons aan wat het belangrijkste is. ‘U moet zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht, aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde liefde voor iedereen’ (2 Petrus 1: 5-7). Oftewel: maak je geloof compleet. Laat dat je goede voornemen zijn: maak je geloof compleet.

dollsbearsdollhouse, russiannestingdoll, russiandoll, matryoshkadoll‘Voeg het aan je geloof toe’ staat hier vertaald. Maar als je naar het Grieks kijkt, kun je ook vertalen  ‘stop het erin’. In plaats van dat je steeds hoger gaat, ga je steeds dieper. Ik heb een Russische schoonzus en daarom staat er bij mijn schoonouders op de vensterbank een matroesjka: een poppetje met een poppetje erin met een poppetje erin met een poppetje erin enzovoort.

Zo is het met je geloof. Geloof is een geweldige gave. Maar maak het compleet, anders blijft het hol van binnen. Stop er deugd in en stop in de deugd kennis en in de kennis zelfbeheersing en stop in de zelfbeheersing volharding en stop in de volharding godsvrucht en in de godsvrucht broederliefde en stop in de broederliefde liefde voor iedereen. Dan heb je de complete set. Wat zit er in je geloof? Alleen lucht. Of ook al die andere dingen?

 

 

 

 

 

 


 

De classispredikant van Noord-Holland, ds. P. Verhoef, schreef in ‘Petrus’, een magazine van de Protestantse Kerk, in zijn column het onderstaande.

 

Negatief

Als ik kom aanrijden bij de kerk voor een afspraak met een predikant, zie ik iemand leunen op zijn schoffel. Op zijn dooie gemak. Het is Jan. Ik leerde hem al meer dan twintig jaar geleden kennen, toen ik gastvoorganger was in zijn dorpskerk. Hij was kerkvoogd, zo heette dat toen nog. Inmiddels is hij tuinman. De kerk drijft op mensen zoals Jan.

Er hangt een kille mist op deze stille morgen, het is koud. Maar Jan vertelt dat hij blij is met de tuin van de kerk. ‘Eigenlijk hoeft er nu niets te gebeuren, maar het is goed om iets anders te zien dan de binnenkant van je huis.’ We hebben een gesprek zoals er zoveel zijn in deze tijd. Over corona, over beperkingen. 

Jan zegt: ‘Ik mis de mensen. Uit eten gaan we nooit en vakantie kan me niet schelen. Maar ik mis mensen. Mijn vrouw zegt dat ik niet zo negatief moet zijn. Maar dat ik er steeds maar de moed in moet houden, dat vind ik moeilijk. Nog even doorbijten, zegt premier Rutte dan. Maar dat ik het zwaar vind, mag ik niet zeggen. Dan vinden ze je negatief.’

Ik weet even niet hoe ik moet reageren, want ik herken veel van wat Jan zegt. Ik ken mezelf niet als zwaarmoedig of als pessimist. Dat kan ook niet als je al dertig jaar werkt in de kerk. Voor mij is hoop het mooiste woord van het geloof. Hoop is meer dan optimisme. Hopen is geloven dat het goed is. Of kan worden. En toch vind ook ik deze tijd zwaar. Wat ik het liefste doe kan niet. Ik mis de gemeentebezoeken. Ik mis echte kerkdiensten, het zingen. Ik mis de geur van al die zaaltjes bij de kerk. En net als Jan mis ik het meest de mensen. Het duurt te lang. 

Net als ik tegen Jan en mezelf wil gaan preken over hoop, is Jan me voor. Hij vertelt dat de dochter van zijn tweede vrouw die ochtend negatief is getest. Zijn ogen beginnen te twinkelen. ‘Dat is mooi van deze tijd’, zegt hij. ‘Het meest positieve woord in deze tijd is dat je negatief bent. Denk daar maar eens over na.’

Dat doe ik. En ik deel het met u. Humor om het vol te houden. En hoop dat het weer goed zal worden. Denk daar maar eens over na.