Gelezen in.........

 

Momenteel zijn we op veel manieren bezig met de problematiek rondom het milieu. We moeten vergroenen en duurzaam bezig zijn. Hierover wordt veel gesproken en geschreven.

In zijn boek ‘Kernpunten uit het christelijk geloof’ (1978!), noemde wijlen prof. dr. W.H. Velema negen kernpunten en schreef over het punt ‘Rentmeesterschap’ o.a. het volgende:

 

De term in de Bijbel

(…)

Opvallend is dat de term rentmeester in het Evangelie ook staat in het kader van de waakzaamheid met het oog op de wederkomst. ‘Wie is dan de trouwe, de verstandige rentmeester, die de heer over zijn bedienden zal stellen om hun op tijd hun deel te geven? Zalig die slaaf, die zijn heer bij zijn komst zo bezig zal vinden’ (Luc. 12: 42).

(…)

In verband met milieu en energie

De vraag rond goed rentmeesterschap is niet alleen: Hoe ga ik met mijn bezit om. De vraag is net zo goed; Hoe ga ik met de schepping om? Te denken valt aan het milieu, de energiebronnen en grondstoffen. Ook hier geldt dat er een verantwoordelijk en derhalve verantwoord beheer gevoerd moet worden. Een bepaalde generatie heeft niet het recht het milieu zo te vervuilen dat de volgende generaties niet meer leven kunnen. Verantwoord beheer over energiebronnen en grondstoffen betekent: rekenen met anderen die in ruimte of in tijd van ons verwijderd zijn. Dus bijvoorbeeld met de derde wereld, maar ook met de volgende generaties! Ook hier geldt: Er is geen absolute zeggenschap. Men mag met grondstoffen niet morsen. Men moet een verantwoord beheer voeren. Dat kan betekenen: de groei afremmen, zelfs pas op de plaats maken! Dit ter wille van anderen om ons heen of in de toekomst.

Het rentmeesterschap is een veelzijdig begrip. Verantwoordelijkheid tegenover God sluit verantwoordelijkheid voor de medemens ten opzichte van de bronnen van energie en grondstoffen in.

 

Primair persoonlijke verantwoordelijkheid

Rentmeesterschap gaat primair uit van de persoonlijke verantwoordelijkheid. Een mens die zich rentmeester weet, heeft zelf iets in beheer gekregen. Juist wie zich rentmeester weet kan het niet maken om zich van de naaste niets aan te trekken.

We hebben de gedachte van het rentmeesterschap direct afgeleid uit het bijbelse gegeven dat de mens Gods beeld is. In het Beeld Gods zijn ligt de gedachte opgesloten dat de mens een eerste en directe verantwoordelijkheid heeft jegens God. We zijn als mensen slechts beheerders over gaven die ons zijn toevertrouwd. De absolute Eigenaar, dat is God de Schepper, de Vader van Jezus Christus, heeft het recht aan ons beheer grenzen te stellen. Hij maakt uit wat we met het ons toevertrouwde hebben te doen.

Er is geen dringender motief om zich voor elkaar en voor de schepping verantwoordelijk te weten dan de bijbelse gedachte van het rentmeesterschap. Wie Gods beeld is, is nooit zelf soeverein. Hij beheert wat God hem geeft. God vraagt: Wat hebt u met het Mijne gedaan?

Juist rentmeesterschap noopt tot waakzaamheid. Niemand weet wanneer hij verantwoording moet afleggen. Daarom moet iedereen elk moment ervoor klaar zijn: Zalig de slaaf die de Heere bij Zijn komst zo bezig zal vinden!