Zendingscommissie
 

 

Karsten en Irene

 

Beste mensen,
We zijn op avontuur en voelen ons een beetje als Abraham. Nee, we voelen ons niet "boven de 50", integendeel: juist door iets nieuws te doen, voelen we ons jong. Maar spannend is het wel een beetje want we zijn op dit moment thuisloos, terwijl onze spullen ergens in een vrachtwagen door het land trekken. Nieuwsgierig? Lees verder!

 

Urim en Tummim - of strootje trekken

Vorige week namen we afscheid van onze kerkelijke gemeente hier. We werden hartelijk en ontroerend bedankt voor de bijna acht jaar die we in deze kerk doorgebracht hadden; Karstens’ bijdrage aan het jeugdwerk en Irene’s bijdrage aan de zondagsschool, werden duidelijk gewaardeerd. ‘Maar we wisten helemaal niet dat jullie weggingen’, zeiden de mensen na afloop tegen ons. ‘Wij ook niet’, antwoordden wij!
Twee weken daarvoor wisten wij nog van niets en woonden we nog heel prettig; zij het dat de verbouwing die de huisbaas boven ons hoofd begonnen was wel steeds meer overlast begon te bezorgen. Karsten moest geregeld naar buiten rennen om tijdens een skypevergadering mensen nog te kunnen verstaan. Toen vertelde de huisbaas opeens dat wij eruit moesten.

Wat nu?!
Bij Karsten kriebelt het al een paar jaar dat hij eens wat anders wil. We hadden altijd gezegd: zolang we geen reden hebben om weg te gaan is het onzin een verhuizing aan te halen. Maar nu we die reden wel hadden…?
Binnen een week groeiden we, na bidden, veel praten en overleggen met onze supervisors, er naar toe om naar de andere kant van het land te verhuizen, 1400 km hier vandaan.

Onze bovenburen, christenen, met wie we samen de huiskring hadden de laatste twee jaar, moesten ook verhuizen en zochten een huis in de buurt. Elke dag praatten we samen na over de nieuwe ontwikkelingen; welk huis, of welke stad zou het voor ieder van ons worden…
‘Hoe weet je wat God wil?’ vroeg de buurvrouw. Onze ‘methode’ is bidden, praten, nadenken, lijstjes met voors en tegens maken, weer bidden… geleidelijk aan merken we dat we steeds meer een bepaalde kant uit gaan; dan bidden we of God ons wil tegenhouden als het tegen Zijn wil zou zijn. De buren doen het anders: die bidden en laten hun dochtertje van vier jaar een strootje trekken. Toen zij drie keer dezelfde uitslag kreeg namen ze dat als Gods beslissing. Een hedendaagse versie van de bijbelse ‘urim en tummim’?

Dankbaar zijn we voor de gemeenschap die we deze laatste jaren met onze buren mochten hebben. En ook erg dankbaar dat we de afgelopen bijna acht jaar zo’n fijne woonplek gehad hebben. Nu gaan we ook in vertrouwen en met enthousiasme een nieuw avontuur beginnen!

Onze stappenteller zegt dat we er ruim 25000 stappen op hebben zitten en we hebben nu zo'n 15 huizen bekeken. We verblijven in een AirBnB en zoeken nog een poosje door. Hoe zouden Abraham en Sara hun reis ervaren hebben? Misschien ook zo'n combinatie van spanning en verwachting? Wat we bidden is niet dat God ons zal geven wat wij leuk vinden, maar dat wij zullen houden van de plek die Hij ons wil geven. Misschien wordt de beslissing vrij eenvoudig, maar misschien wordt het een strootje trekken...

 

Om te danken en bidden

         Bid dat de kleine huiskring in onze wijk door zal blijven gaan ook nu wij vertrokken zijn.

https://mcusercontent.com/7929e9f9753c8ab86c8022c1b/images/3ffbbc03-e5f3-4f08-a90b-3435c8d23f22.jpeg 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Onze spullen pasten nauwelijks in de vrachtwagen. Onze fiets ging er het laatste in en komt er misschien als vouwfiets weer uit...

 

Shalom, Karsten en Irene

Afbeeldingsresultaat voor logo gzb

 

Blog DaniŽlle Davelaar

In december hebben wij aandacht gevraagd voor DaniŽlle Davelaar uit Scherpenzeel die uitgezonden is namens de GZB naar Zuid-Afrika. Om als social worker aan de slag gaan bij Choices, een crisiszwangerschaps-centrum, zo’n 40 kilometer ten oosten van Kaapstad. Hieronder een artikel van haar blog, zodat wij even met haar mee kunnen lezen hoe het leven (voor veel mensen) in haar werkveld is.

 

Ondertussen ben ik alweer een tijdje in Zuid-Afrika. Ik heb al verschillende berichten gekregen vanuit Nederland met de vraag: 'Kun je weer een beetje wennen daar?' Nu heb ik het voordeel dat ik hier al ruim een jaar gewoond en gewerkt heb. Het voelde eigenlijk best een beetje als 'thuiskomen'.Dus ja, ik ben best wel weer aardig gewend. 
Maar of ik al helemaal gewend ben? Nee, dat kan ik niet zeggen. Er zijn een aantal dingen waar ik nog niet aan gewend ben. Met ťťn van deze dingen werd ik gelijk op mijn eerste dag in Zuid-Afrika weer geconfronteerd. Het is niet zo dat ik vergeten was dat het bestond, maar ik voelde wel weer net zo'n steek in mijn hart als de eerste keer dat ik het zag. Een oude kreupele man die nauwelijks op zijn benen kan blijven staan met een stuk karton in zijn hand waarop staat dat hij op zoek is naar werk. Een nog erg jonge vrouw met een baby'tje op haar rug die haar handen ophoudt, hopend op een beetje geld. Een oud echtpaar waarvan de man zijn blinde vrouw aan de arm mee leidt naar het volgende autoraampje. Deze mensen zijn niet de enige. Het is een drukte van jewelste op het kruispunt als ik mijn woonplaats binnenrijd. Mensen die bedelen, mensen die fruit of spullen proberen te verkopen. Allemaal voor een klein beetje geld om te kunnen overleven. 
"Geef ze nooit geld, kopen ze drugs van!" "De helft van de mensen die bedelen zijn oplichters." "Kijk ze niet aan, anders kom je niet meer van ze af." "Zorg dat je deuren op slot zitten." Allemaal goed bedoelde adviezen. Maar horen wij als christenen niet anders met deze mensen om te gaan? Het is en blijft lastig. Zeker omdat veiligheid ook een punt is hier in Zuid-Afrika. Misschien is het inderdaad niet verstandig om geld te geven, maar wat dacht je van een schietgebedje? Een glimlach? Een vriendelijk knikje? Dat kan er toch wel vanaf? Erkenning als mens in plaats van verafschuwing. Een vriendelijk gebaar in plaats van verwensingen. Het lijkt zo klein maar ik ben ervan overtuigd dat deze dingen een groot verschil kunnen maken. 
Misschien is het niet zo erg dat ik nog niet helemaal gewend ben. Sterker nog, ik hoop dat ik hier nooit aan zal wennen. Ik hoop en bid dat ik dit erg blijf vinden, dat het me blijft raken en dat ik oog zal blijven hebben voor juist ook deze mensen! 
"Als iemand genoeg heeft om van te leven en ziet dat zijn broeder of zuster gebrek lijdt, maar zich verhardt en hem niet helpt, hoe kan Gods liefde dan in hem blijven?"

(1 Johannes 3:17).