Zendingscommissie

 

Karsten en Irene

 

Beste mensen
Het is bijna zo ver: op 13 juni hopen we in Nederland aan te komen. We kijken er naar uit!

Op 16 september hopen we jullie in Elst te mogen ontmoeten.
Deze maand konden we alvast weer even oefenen om ons werk uit te leggen, omdat we eventjes kort bezoek uit Nederland kregen.

 

"Ze spraken allemaal een andere taal en sommigen hadden geen enkele taal gemeenschappelijk!”

https://gallery.mailchimp.com/7929e9f9753c8ab86c8022c1b/images/d62d8d81-85db-434e-926b-2d300b88c366.jpgWe hadden eerder deze maand Bart en Joseph, twee Nederlandse jongens, eventjes op bezoek. Ze hadden net daarvˇˇr een project in het noorden van het land bezocht en waren onder de indruk van de ingewikkelde taalsituatie. “Geen wonder dat jullie hier zoveel werk hebben!” Daardoor kwamen er ook allerlei andere vragen op tafel: "Hebben al die talen dan ook een Bijbelvertaling nodig?"  “We merken dat ze veel Engelse woorden door hun taal gooien, zijn dat dan begrippen waar in de oorspronkelijke taal geen term voor is?” Zo kwamen we over de “kunst” van het vertaalwerk te praten. Want hoe vertaal je een woord als “FarizeeŰr” of “doop”? Maar ook nog veel ingewikkelder: Als bv. het hele idee van “vergeving” in het wereldbeeld van die bevolkingsgroep niet voorkomt, hoe vertaal je dat begrip dan? Door dat gesprek kwamen we op vragen over contextualisatie, waarin we de vorm van de boodschap aan de hoorders aanpassen zonder de betekenis te veranderen. Christus zelf is de ultieme “Vertaling”: door Zijn menswording bracht Hij God onder de mensen op een manier die de mens begrijpen kon. En zo zaten we bij de kern van zending en vertaalwerk: Gods liefde onder de mensen bekend maken op een voor hen begrijpelijke wijze!