Rond de diensten

IsraŽlzondag

Op de eerste zondag in oktober (dit jaar op 7 oktober) geeft de Kerk op een bijzondere manier uiting aan haar roeping tot onopgeefbare verbondenheid met IsraŽl. Dit gebeurt al vanaf 1950.

 

In het IsraŽlische volkslied herkennen we woorden uit EzechiŽl 37. De verwachting om vanuit de diaspora weer een springlevend volk te worden, is overgebracht naar de joodse staat van nu:

Nog is de hoop niet vervlogen,

de hoop van tweeduizend jaar

om een vrij volk in ons eigen land te zijn,

in het land van Sion en Jeruzalem.’

 

In de verzen 6, 13 en 14 van EzechiŽl 37 wordt gesproken over de erkenning van de HEERE. Dat is het doel. De formulering dat IsraŽl (en de volken) zullen erkennen wie JHWH is, komt maar liefst 72 keer in het boek EzechiŽl voor. De eerste keer in 6:7 ‘ Dan zult u weten (beseffen, inzien, erkennen) dat ik de HEERE ben’. Ongeveer driekwart van deze uitspraken komt voor in de oordeelsprofetieŽn en de overige in de boodschappen van herstel voor IsraŽl. Het is opvallend dat de woorden van erkenning ook in het boek Exodus voorkomen en het lijkt aannemelijk dat EzechiŽl hierbij aansluit. In Exodus 6:7 staat dat de IsraŽlieten bevrijd worden uit Egypte en tot Gods volk aangenomen worden. ‘Dan zult u weten dat Ik de HEERE, uw God ben’. Niet slechts de IsraŽlieten komen tot die erkenning, maar bij de uittocht van IsraŽl zullen ook de Egyptenaren weten dat Hij de HEERE is (Ex. 7:5). Voor hen betekent het dat zij toegeven dat God met zijn volk is. Door het herstel van IsraŽl zullen de volken weten dat JHWH God is (36:36; 37:28). Zoals Hij IsraŽl uitleidde uit het slavenhuis Egypte, zo zal Hij in een nieuwe uittocht zijn volk brengen ‘in het land dat Ik aan uw vaderen gezworen heb te geven’ (20:41-44). Dat heil hangt niet af van de voorwaardelijke gehoorzaamheid van het volk, maar van Gods ingrijpen. In vergelijking met het boek Jesaja is bij EzechiŽl de HEERE niet zozeer de Schepper en universele God, maar vooral de God van IsraŽl. De vraag aan ons is of wij in het bestaan en voortbestaan van dit volk Hem ook erkennen.

 

Ook wij zien voor ogen dat het volk IsraŽl een levende werkelijkheid is, bewaard door de verschrikkingen van de sjoa heen en terugkerend naar het land van Gods belofte. Daarin zien wij de hand van God in de geschiedenis. Hij is trouw aan Zijn verbond. (CIS)

Daar mogen we a.h.w. iedere dag bij stilstaan.

 

Koffie drinken

koffiekopje.pngNa afloop van de morgendienst van 7 oktober is er weer gelegenheid om samen een kopje koffie, thee of limonade te drinken in ‘PniŽl’. Juist ook na deze dienst kan het goed zijn om elkaar te ontmoeten en nog even na te praten over de dienst en over andere zaken die ons bezig houden. Dus, jong en oud, van harte welkom!