Meditatie

 

 

 

Alles wordt nieuw!

 

bijbel2Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt. II Korinthe 3: 18

 

Paulus schrijft dat na Pinksteren, nu de Heilige Geest is uitgestort, er heel veel verandert. De dikke deken van de onmacht, van het niet kunnen, van dingen niet aankunnen, van niet om kunnen gaan met vrijheid, van het jezelf en anderen echt goed leven niet toevertrouwen, wordt weggenomen met Pinksteren. Paulus schrijft daarover in II Korinthe 3.

 

Alles wordt nieuw. Laten we ons dat proberen voor te stellen. De meesten van ons komen uit een traditie waarin veel nadruk ligt op wat mensen, wat christenen allemaal niét kunnen. Mensen zijn dood in zonden en misdaden. Mensen zijn niet te vertrouwen. Daarom hebben we allerlei geboden en regels nodig. We wantrouwen onszelf en elkaar en timmeren daarom het leven met regeltjes dicht. En daarmee brengen we eigenlijk de bedekking weer aan waarvan Paulus hier schrijft dat die wordt weggenomen bij wie in Christus geloven.

 

Laten we hier goed opletten. We denken zo gemakkelijk dat het bij die doek voor Mozes’ gezicht, bij die bedekking, gaat om een bedekking van niet begrijpen. Zo van: Als je Jezus niet kent dan kun je de eigenlijke boodschap van het oude testament niet vatten, dan wordt niet zichtbaar waar het eigenlijk om gaat, dan kan het licht dat van buiten komt bij mensen niet naar binnen. Maar als je goed leest, zien we dat het hier juist andersom gaat: het licht dat van binnen niet naar buiten kan, de glans van Mozes’ gezicht, die heerlijkheid van zo dicht bij God gestaan hebben dat Gods glans Mozes’ glans werd, die werd afgedekt omdat de Israëlieten die glans niet aan wilden en niet aan konden.

 

Het is deze bedekking waar het dan ook bij de voorlezing van het oude verbond om gaat. Ook bij het oude verbond ging het er om dat mensen echt vrij zouden zijn, dat ze zouden leven met God, dat God hun God van nabij zou zijn en zij Gods kinderen, zelf uit op wat goed is. Het ging er om dat God de Israëlieten zó nabij zou zijn, dat ze deel kregen aan zijn heerlijkheid, zijn goedheid, zijn glans. Maar ze konden dat niet aan en daarom werd heel Gods onderwijs onder die bedekking van de onmacht tot een groot geheel van regels en afspraken, geboden en rituelen. Zolang God ons in Jezus en in de Heilige Geest niet dichterbij komt, ons raakt en verandert, blijft die onmacht, en blijft dus die bedekking.

 

Maar waar het Paulus nu hier en steeds om gaat is, dat door de Heere Jezus die bedekking van de onmacht wordt weggenomen, dat als Jezus als de levende Heere in heerlijkheid nog eens komt als de levende en bezielende Geest, als de Heere die levend maakt, dat dan de glans van léven, van moed en echt goed leven ongehinderd kan stralen. Zijn mensen zo verdorven dat ze helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elke vorm van kwaad? Jazeker, tenzij wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden. We hoorden het onlangs nog in de catechismuspreek. En het is dát ’tenzij’ wat we vieren op Pinksteren.

 

Pinksteren is daarom het feest van de vrijheid, van de terugkeer van de echte glans in het leven, in de wereld. Daarom is Pinksteren het feest waarop we kijken naar onszelf als mensen die iets kunnen,  niet uit onszelf, maar door de bekwaamheid die God ons in de glans van de Heere die leeft, aan de bezieling van de Heere die de Geest is, dat alles nieuw wordt.

 

Als we dat afdekken in ons leven, daar weer een dikke deken van onmacht en wantrouwen overheen leggen, dat is de Heilige Geest bedroeven. En dat is een risico dat we serieus lopen als reformatorische mensen. Wie blijft hangen in de ellende komt aan dankbaarheid niet toe. Wie almaar de slechte kant van mensen opzoekt, wie zichzelf het christenleven eigenlijk toch niet toevertrouwt, die hangt weer zo’n bedekking over z’n leven, die verhindert dat de heerlijkheid van het bezielende leven van Jezus bij hem, bij haar van binnen naar buiten kan uitstralen. Daarvoor is het geen Pinksteren geweest.

 

We moeten ook hier weer goed lezen wat Paulus schrijft: we zijn niet opeens bekwaam uit onszelf, maar alleen door God. Laten we bedenken dat de Geest in de eerste plaats eerlijk en gehoorzaam maakt. Geloof dat zich uit in zelfvertrouwen is mensenwerk en zal als mensenwerk eindigen: op de klippen. Maar geloof dat zich uit in Godsvertrouwen zal onder verwachting van Gods zegen strikt naar zijn geboden leven en alle beproeving doorstaan.

 

Wat we met Pinksteren vieren is dat God ons in zijn Geest zo nabij gekomen is dat het goede leven echt mogelijk voor ons is. God sprak met Mozes van dichtbij, als met zijn vriend, en de glans van Gods liefde en goedheid weerspiegelde zich op Mozes’ gezicht. God spreekt met ons van nog dichterbij als met Mozes, van binnenuit, vormend en bezielend. Jezus als onze lévende Heere, voor wie niets onmogelijk bleek, zoekt ons op in zijn Geest. Zijn heerlijkheid mogen we weerspiegelen. De bediening van de Geest is in heerlijkheid.

 

Ds. G.J. Hiensch