Meditatie

 

Een gebed van Mozes, de man Gods.

Heere U bent ons een toevlucht geweest van geslacht op geslacht.

Psalm 90: 1

 

Toevlucht bij de trouwe God

 

Bijna traditiegetrouw staat er op de achterkant van ons kerkblad rond de jaarwisseling een klok afgebeeld. Meestal met de wijzers iets voor twaalf uur. Dit met het oog op de naderende jaarwisseling. Nog even en we wisselen opnieuw een jaar. Dit keer van 2018 naar 2019. Wat kun je bij het uitgaan van het oude jaar en het ingaan van het nieuwe jaar beter doen dat Gods trouw belijden, zoals Mozes doet in Psalm 90? Zijn trouw over onze gemeente is ook het (bijna) afgelopen jaar opnieuw gebleken. Er is ook in onze gemeente veel gebeurd. Vreugdevolle zaken, maar ook verdrietige zaken. Maar in dit alles, ook al ervaren we het niet altijd zo, was God erbij.

Het is ook zo’n traditie dat Psalm 90 vaak wordt gelezen en gezongen rond oudejaarsdag en wordt daarom ook wel de oudejaarspsalm genoemd. Maar is het eigenlijk ook geen nieuwjaarspsalm? Het gaat over Gods trouw, over Hem die erbij is, in het oude én in het nieuwe jaar.

Afbeeldingsresultaat voor alfa en omega

Mozes, de dichter van Psalm 90 is er ook vol van; Gods trouw. Trouw aan Zijn Naam, ‘HEERE’. Trouw aan Zijn vanuit zichzelf zo schuldig en zondig volk. Mozes is doordrongen van de nietigheid van mensen, want wie zijn wij in het licht van Gods onvoorstelbare grootheid en heiligheid?

Mozes belijdt in Psalm 90 ‘onze ongerechtigheden en verborgen zonden’ (vers 8). Wie kan voor de rechtvaardige en heilige God bestaan? Wie kan bestaan voor Zijn verbolgenheid? (vers 11). Zo’n woord ‘verbolgenheid’ doet het niet meer zo goed in onze samenleving. Daar wordt geen rekening meer mee gehouden. Gods toorn is iets uit de oude doos. Een gepasseerd station.

 

En de kerk dan? Ook in de kerk wordt er gevraagd om meer en meer vermaak. Een plezierige verkondiging, zoals wij het graag horen. Woorden als ‘toorn’ en ‘verbolgenheid’ horen we liever niet. Maar het zijn wel woorden die in de Bijbel voorkomen. Het tekent de ernst van Gods Woord. Het geeft aan dat Hij toornt over de zonde en dat we verloren gaan wanneer we ons niet bekeren tot Hem.

Daarom moet nog steeds met kracht het profetisch woord klinken: ‘Alzo spreekt de HEERE!’

Zoals de profeten onbevreesd getuigen in het Oude Testament. Ook zij konden tegenstand verwachten, maar ze gaven slechts door wat ze in Gods opdracht moesten spreken.

Paulus weet er ook van: ‘Nu wij dus de vrees voor de Heere kennen, bewegen wij de mensen tot het geloof’

(2 Kor. 5 : 11). Wat zullen wij dan doen als we deze woorden horen? Dan kunnen we maar één ding doen: juist naar die God, die zo rechtvaardig kan en moet toornen over onze zonden, toe vluchten. Zoals Mozes. Biddend om genade. Wanneer? Nu! Nog voor het jaar om is.

 

God is ons een toevlucht geweest! Van geslacht op geslacht. Voor ons en onze kinderen. Door alle tijden heen. Hij heeft zicht niet in toorn van ons afgesloten. Hij is niet van ons weggelopen, terwijl wij dat wel van Hem doen. Hij geeft Zijn belofte van heil, in de Heere Jezus, de Beloofde, de Alfa en de Omega, wiens komst op aarde we heel kort geleden nog mochten gedenken tijdens het kerstfeest. In Hem komt God naar ons toe. God zoekt weglopers. En Hij vindt weglopers. Hij maakt uit kinderen van de toorn kinderen van Hem! Door Woord en Geest. Wat een genadewerk!

Mozes bidt: ‘Laat Uw werk aan Uw dienaren gezien worden. Uw glorie over hun kinderen’ (vers 16).

Gaan wij zo, biddend, het oude jaar uit en het nieuwe in?

‘Heere, U bent ons een toevlucht geweest!’ God is het waard dat wij Zijn trouw belijden. Voor onszelf maar ook voor alle mensen. Op de valreep van dit jaar en in het nieuwe jaar. En… tot in eeuwigheid.