Meditatie

 

NAAR EEN KLAAGHUIS...

 

PredIker 7: 2

 

Het boek Prediker is een eigenaardig boek. Bij het lezen krijg je de indruk dat er een somber iemand aan het woord is, een pessimist. Iemand die zich vertwijfeld afvraagt of alles in het leven wel zin heeft. Hij ziet scherp om zich heen en kijkt ook door alle opsmuk en schone schijn heen. Zijn conclusie is dat het mensenleven een gesloten cirkel is van geboren worden, leven met wat vreugde en veel verdriet, en tenslotte, vroeg of laat... sterven.

Als er niet meer te lezen en te zeggen valt, word je inderdaad mistroostig en droefgeestig.

Maar er zijn toch in dit bijbelboek momenten dat de schrijver boven al die vragen en twijfels uitkomt en dat hij weet dat er iets blijvends is, al is het k vandaag niet te zen. Ik weet, zegt hij dat alles wat God doet voor eeuwig blijft (3: 14). Het weten van het geloof overstijgt al het zichtbare in ons leven, hoe heen en weer geslingerd het ook is.

 

Iets van dat heen en weer geslingerde leven komt voor in onze tekst: aan de ene kant het klaaghuis, waar dood, verdriet en gemis is binnengekomen en aan de andere kant het huis van de maaltijd vol vreugde en vrolijkheid vanwege bv. een geboorte, nieuw leven. Beide tekenen de werkelijkheid van ons leven en de Prediker ontkent de vreugde en het genieten niet. Maar dan doet hij toch die vreemde uitspraak dat het BETER is om te gaan naar/in het klaaghuis. Waarom?

Omdat het klaaghuis (het vergankelijke leven) ons veel dieper voor de vraag stelt naar de zin van het leven en het eeuwig blijvende werk van God. Bij de geboorte ligt nog een heel leven vr je, maar bij het sterfbed ligt het achter je. En de vraag die zich bij u en mij opdringt is: "Wat is er van geworden?” Naar het klaaghuis gaan is uitkomen bij je eigen sterven. Het heeft meer te maken met de levenden dan de gestorvenen. In het klaaghuis is het einde van alle mensen. Dan gn we er niet heen of in, maar worden er in gedrgen. Ook in onze kerk worden op de laatste zondag van het kerkelijk jaar (25 november) de namen van de dit jaar overledenen gelezen.

 

De tweede reden om in het klaaghuis te gaan is dat we de vraag krijgen he wij sterven. Hebben we de eeuwigheidsbedoelingen van God met ons leven gehoord, geloofd en beseft? Dat die vaste beloften van God in de Heere Jezus Christus het enig blijvende is waaraan we ons vast mogen klampen in ons heen en weer geslingerde leven? Tussen geboorte en dood, in vreugde en verdriet. Dat we ons hebben toevertrouwd aan het werk van Gods genade in de Zoon van Zijn liefde? Dat we niet voorbij leven aan de diepste en laatste vragen van ons leven, ook in onze jonge jaren? Dat de dood nog steeds een verschrikking is, een vijand. Maar… de laatste vijand die door Christus teniet gedaan zal worden. Dat we door het geloof het eigendom mogen zijn van deze Zaligmaker. Dan wordt een klaaghuis geen eindstation maar een doorgangshuis en een ingaan in het eeuwig Vaderhuis waar Christus is.

Nee Prediker is geen pessimist: De levende, u en ik, die legge het in zijn of haar hart dat sterven in het geloof een thuiskomen is, een thuiskomen bij God.

 

Ds. A. van de Meer