Meditatie

 

 

 

DANKDAG

 

"Aser: Zijn brood zal overvloedig zijn, en hij zal koninklijke lekkernijen leveren". (Genesis 49: 20)

 

 

Met zijn nieuwe naam IsraŽl spreekt Jakob vanaf zijn sterfbed deze zoon Aser toe. Hij spreekt leunend op de staf van zijn geloof. Wat de toekomst brenge moge... Aser heeft geluk. Hij is ook te feliciteren. Overal waar wij in de Bijbel welgelukzalig lezen duikt zijn naam op. Aser wordt gezegend aan het sterfbed van IsraŽl want hij zal het goed hebben in het land dat hem en de zijnen ten erfdeel zal vallen. Hij ontvangt het beste stuk in het land, hoog in het noorden, de streek bij de Karmel en de Libanon. Het gebied van het koren, de wijn en de (olijf)olie, kortom een vruchtbare streek.

Aser, gelukskind, je mag wonen in een van de rijkste streken van de wereld.

 

Tijdens een pastoraal bezoek hoorde ik het onder u nog iemand zeggen: "Wat wonen wij in een rijk deel van de wereld". Zelfs na een zomerdroogte hoeft niemand een plak kaas minder te eten.

bijbel2Hoewel... de landbouw, de tuinbouw, gewas en arbeid kwamen moeizaam op gang. Het werd nog zorgelijker: nachtelijke overleggingen over stikstofcrisis, boerenprotesten, omvorming naar kringlooplandbouw, productie- en prestatieremming voor boer en tuinder. We lopen tegen grenzen aan: halvering van de veestapel?

Het is bij de opa van Aser begonnen: Izak. Nadat hij met zijn vader Abraham als nomade met deze herdersvorst overal en nergens zijn weg ging, kwam Izak later terecht in Gerar in het Filistijnse land bij Abimelech. Daar zaaide Izak in het land en oogstte in dat jaar honderdvoudig ( Genesis 26: 12). Hij gaat aan landbouw doen en veeteelt. Begint een gemengd bedrijf en zit voor minstens driekwart jaar aan deze grond vast. Einde zwerftochten. De grote God Die Zijn schepping in de hand houdt doet grote wonderen. Izak ziet zegen uit de aarde in het mysterie van het groeiende leven.

Aser kan er van meepraten. Vanaf zijn stuk grond levert hij koninklijke lekkernijen en wordt een soort hofleverancier.

 

We wonen in een rijk land met veel voorzieningen en opbrengsten. Bovenal de Vaderlijke goedheid en zorg van onze God is elke dag nieuw over ons. Ze vloeien voort vanaf het kruis van Golgotha omdat Zijn offer aan het kruis zowel naar de verste toekomst als naar het grijze verleden van de aartsvaders wijst. Ook voor ons dagelijks brood.

Abraham heeft de dag van Christus gezien en een late nazaat van Aser heeft in Jeruzalem Hem in de armen genomen. Al het overvloedige en het koninklijke was van haar weggevallen: Anna, een dochter van Fanuel, uit de stam van Aser, een weduwe op hoge leeftijd. Ze sprak van Hem, haar Heer tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachten. Gelukzalig die Anna, die geen gelukskind was maar gezegend met toekomstverwachting boven al het aardse geluk. Een Koningskind, arm in zichzelf maar rijk in haar Christus om waarlijk spijs en drank aan Zijn tafel te genieten. Als het daarop gericht mag zijn zullen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid verzadigd worden. Ons dagelijks Brood!

Dankdag tot op vandaag.

 

Ds  A. van de Meer