Meditatie

 

 

 

Hoe zoet zijn Uw woorden voor mijn gehemelte, zoeter dan honing voor mijn mond. Door Uw bevelen krijg ik inzicht, daarom haat ik elk leugenpad.

Psalm 119: 103-104

bijbel2

 

In het winterwerk wordt er steeds weer gebruik gemaakt van de Bijbel. Niet alleen in de erediensten die door mogen gaan, maar ook in catechisatie, jeugdwerk en kringwerk. Waarom eigenlijk?

 

Nou, als je die vraag zou stellen aan de dichter van Psalm 119 krijg je steeds heel enthousiaste antwoorden. Waaronder ook de bovenstaande tekst. Hij wordt helemaal lyrisch over het Woord van God. Zoiets heerlijks heb ik nog nooit geproefd! Als ik het Woord van de HEERE lees is dat nog zoeter dan honing.

 

Ja, zo spreekt de gelovige. De woorden van de Heere zijn zoet voor allen die Hem liefhebben en Hem dienen. Daar krijgen ze geen genoeg van!

Want als je veel van iemand houdt, dan hoor je hem of haar toch ook graag praten?

En zo is het voor iemand die gelooft ook met het Woord van God. Daar wil hij graag uit lezen en uit leren. Want daardoor krijgt hij inzicht. Je zou kunnen zeggen: zijn of haar hoofd wordt daardoor ontwikkeld. Een gelovige geniet ervan om steeds meer te leren over de Heere en Zijn werk.

Maar niet alleen het hoofd wordt ontwikkeld door het Woord van God.

Ook het hart. Kijk maar mee in de tekst: daarom haat ik elk leugenpad. Door het onderwijs uit Gods Woord gaan we de zonde steeds meer haten. Spurgeon zegt over deze zin: ‘wij zijn wijs, als wij gehoorzamen, en door te gehoorzamen worden wij wijs.’ Zo gaan hoofd en hart hand in hand.

En dat is nu het doel. De ontwikkeling van hoofd en van hart. Daarom staat de Bijbel steeds weer centraal in het winterwerk. Om God steeds meer en steeds beter te leren kennen en om door genade voor Hem te leven.

 

Maar dat kan alleen als je ook werkelijk gevoed wordt door dat Woord. Als je er niet van eet, kun je ook niet keer op keer weer verrast worden door die heerlijke smaak, die zoete woorden. Maar als je zo iemand bent die ervan geniet om de Woorden van de HEERE keer op keer weer te lezen en te horen, dan zul je daar nooit genoeg van krijgen. Dan maakt het niet uit of het woorden van troost of van vermaning zijn, jammerklachten of lofzangen, het is allemaal zoet en heerlijk.

En iemand die het eenmaal geproefd heeft kan daar zijn mond ook niet over houden. De dichter van Psalm 119 kan eigenlijk geen woorden vinden! Hij kan met geen pen beschrijven hoe heerlijk zoet die woorden zijn. Daarom roept hij het maar uit: Hoe zoet zijn Uw woorden! Ja, nog zoeter dan honing, het allerzoetste wat je zou kunnen bedenken.

 

Heb jij de woorden van de Heere ook zo lief? Kun je het meezeggen en meezingen?

 

Hoe zoet zijn mij Uw redenen geweest,

Geen honing kon īt gehemeltī beter smaken,

Alleen door Uw bevelen krijgt mijn geest

Verstand van God en goddelijke zaken.

 

 

 

Jonathan Blok, Randwijk