Meditatie

 

 

 

Ik ben het Brood des levens.

Johannes 6.

 

Vijfenzeventig jaar geleden was het ‘Hongerwinter.’ We worden eraan herinnerd in de media als er tussen de hypes van vandaag een gaatje valt dat niet met een actuele ramp of schandaal kan worden opgevuld. Dan krijgen we aangrijpende dingen te horen en te zien. Want dat moet: het nieuws moet schokken. Schokkend zijn ze inderdaad, de verhalen en beelden uit de Hongerwinter. De dood is daar voor iedereen erg dichtbij gekomen en heel gewoon geworden.

 

bijbel2Vijfenzeventig jaar geleden was er honger in Nederland. Wie weet daar nog van? Maar iedereen begrijpt dat honger vreselijk is. En als we even nadenken zien we in hoe waardevol het brood is en dat het een zegen is dat we uit Gods hand ons dagelijks brood ontvangen.

 

Jezus  wil de menigte, die gekomen is om zijn tekenen te zien (vers 2), te eten geven. ‘Waar zouden we zoveel brood vandaan halen, Filippus,’ vraagt Jezus. Filippus weet het niet. Hij zoekt de oplossing in de kas, maar schat dat er niet genoeg in zit om brood voor zoveel mensen te kopen.

 

Andreas kijkt eens rond: De mensen hebben toch vast wel zelf eten meegebracht dat ze kunnen delen? Alleen een jongetje is zo na´ef om te laten zien wat hij heeft. Zijn vijf gerstebroden en twee visjes lijken minder dan een druppel op een gloeiende plaat.

 

Waarom denken de discipelen zo platvloers? Waarom stellen ze hun hoop niet direct op Jezus? Ik denk: in de eerste plaats omdat er nog niet eerder een wonderbare spijziging was geweest. En ten tweede omdat zelfs discipelen en andere gelovige mensen nooit echt uitkomen boven het niveau van wat ze zien. Wat dat betreft verschillen gelovigen en ongelovigen niet zoveel van elkaar. Toen niet en vandaag niet. U niet en ik niet.

 

Kijk maar wat er de volgende dag gebeurt. Iedereen heeft gegeten van de vijf gerstebroden en twee visjes, die in de handen van Jezus  een overvloed werden. Twaalf manden met brokken brood bleven er over! Dat hebben ze gezien en ze zijn het niet vergeten.

Daarom zijn ze er de volgende dag weer. Het lijkt verblijdend. Evangeliseren gaat beter als er iets wordt uitgedeeld! Maar Jezus ziet scherper. Hij kent hun hart en constateert dat ze er niet op vooruitgegaan zijn. De wonderlijke maaltijd is hun slecht bekomen. Waren ze eergisteren nog gekomen om de tekenen te zien en beleden ze dat  Jezus de Profeet is die in de wereld komen zou, nu zijn ze volgens Jezus zelf alleen gekomen voor de volgende gratis maaltijd! (vers 26) Ze denken: Volg Jezus en je hoeft nooit meer te werken. Over platvloers gesproken!

 

Jezus waarschuwt hen – en ons – dat we ons in hem niet moeten vergissen. Werken om het voedsel dat vergaat moeten we allemaal. Zes dagen per week, zegt het vierde gebod. Dat is heel gewoon een van onze taken op aarde en we mogen daarvoor om Gods zegen vragen (We houden juist ook Biddag voor gewas en arbeid in deze tijd). Maar dat mensen Jezus gaan volgen om niet te hoeven werken voor hun dagelijks brood of denken dat het volgen van Jezus al werk genoeg is om zich verzekerd te weten voor de toekomst, dat is niet waarvoor hij gekomen is.

 

Wat Jezus wil zeggen is: Zonder mij is er geen leven. Als Jezus zegt: Ik ben het Brood des levens, dan zegt hij daarmee: Zonder mij komt u om.

 

Zijn woorden onderstrepen de aangrijpende werkelijkheid van het menselijk leven. We hebben meer noden dan een lege maag. We hebben naast het dagelijkse brood het Brood uit de hemel nodig. En dat is Jezus zelf. Eten van het Brood des levens is geloven dat Hij het eeuwige leven geeft. Alles wat we missen, bij hem is alles voorhanden:  Vergeving van zonden, verzoening met God, hoop en troost en liefde, vervulling met Gods Geest. En dat alles gratis – uit genade – mild en overvloedig.

 

Wij volgen Jezus, neem ik aan. Niet voor het voedsel dat vergaat, maar om hemzelf, die ons leven is.

 

Hij zegt: ‘Wie tot mij komt, zal beslist geen honger hebben en wie in mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben’.

 

Ds. G.J. Hiensch