Meditatie

 

"Want u kent de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij omwille van u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden."

2 Corinthe 8: 9.

 

Ruilen

 

Met dit kerkblad gaan wij al weer nadrukkelijk richting Advent en Kerst.

bijbel2Kerst heeft iets te maken met ruilen. Het gaat om een ongelijke ruil. Als wij iets willen ruilen doen wij altijd graag een goede ruil uiteraard. Je merkt dat al bij kinderen die bijvoorbeeld stickers of knikkers ruilen. Je hoort ze onderhandelen over de grootte van een bepaalde knikker. Maar nu is het natuurlijk ook goed mogelijk dat wij een slechte ruil doen, waar wij naderhand spijt van hebben.

 

Er is niet voor niets een gezegde dat luidt: Waar twee ruilen moet er één huilen. Of nog sterker: van ruilen komt huilen. Wat heeft dat met het Kerstfeest te maken? Dit: Jezus heeft willen ruilen met mensen. Wij lezen het in de tekst boven deze meditatie. Hoewel Hij rijk was is Hij arm geworden! En dat ook nog eens met een speciale bedoeling: opdat wij door Zijn armoede rijk zouden worden. Het is wel duidelijk dat het hier niet om materiële rijkdom gaat. Bezit is immers altijd erg betrekkelijk. De rijkdom die Paulus bedoelt ligt in God, in de relatie en in de omgang met Hem.

 

Jezus was rijk.

Voordat Hij naar de aarde kwam woonde en leefde Hij in de heerlijkheid van God. Dat gaat ons voorstellingsvermogen ver te boven. In ieder geval had Jezus het goed. Hij werd door Zijn hemelse Vader met veel liefde omringd. En laat Hij nou juist deze hemelse rijkdom hebben opgegeven. Hij is gekomen naar deze gebroken, deze kapotte wereld waarop zoveel gebeurt aan leed en verdriet, aan onrecht en schuld. Hij is ons zondige bestaan binnengestapt. Nog sterker: Hij heeft Zich één met ons gemaakt. Onze nood heeft Hij Zich letterlijk aangetrokken door mens te worden.

 

Geen beste ruil.

Jezus is er niet op vooruit gegaan. Van ruilen komt huilen. Welnu…, Hij heeft gehuild. Bij het graf van Lazarus bijvoorbeeld. Maar vooral ook in de hof van Gethsémané toen Hij bedroefd en zeer beangst werd, omdat het kruislijden snel dichterbij kwam. En toch is Hij deze weg gegaan. Waarom? Op deze vraag bestaat maar één antwoord. Omdat Christus van zondaren houdt. En omdat God de Heere nog een welbehagen in mensen heeft. De engelen hebben er van gezongen.

Het heerlijke is dat Jezus deze ruil niet heeft gedaan om er Zelf beter van te worden. Nee: "omwille van u …" staat er. Hij doet u op dit moment een voorstel. Zullen wij ruilen? Geef Mij uw lasten en uw zorgen maar. En belijdt Mij vooral uw zonden. Alles wat er in uw leven is misgegaan. Dingen die niet meer goed te maken zijn en die aan u blijven knagen. Voor Hem was het een slechte ruil. Maar voor u mag het een goede ruil zijn.

Lees maar wat Paulus schrijft: Opdat u door Zijn armoede rijk zou worden. Dat is een rijkdom die het grootste vermogen te boven gaat. Om wat concreter te worden: Het is vergeving van je zonden. Het is dat God je aanneemt tot Zijn kind zodat de relatie wordt hersteld. Het is bevrijding van je egoïsme. Het is licht in je duisternis zodat je verder kunt. Het is ook blijdschap in Hem vinden. Zelfs als je omstandigheden er niet naar zijn. Door alles heen gloort toch de hoop op God.

Een wonderlijke ruil, vindt u niet? Jezus is van harte bereid om met ons te ruilen. Zijn wij op onze beurt bereid om ook met Hem te ruilen? Wij moeten wel weten wat wij doen als we niet "in" zijn voor deze ruil. Dan wijzen wij Gods rijkdom af. En dan vergooien we onze Toekomst (met een hoofdletter). Meldt u zich maar bij Hem.

"Heere Jezus, ik ben eigenlijk zo arm. Vaak wil ik het niet eens weten. Maar als ik eerlijk ben tegenover mezelf moet ik belijden dat ik van binnen leeg ben. Ik mis de vrede met God. De innerlijke rust. En daarom ben ik vaak zo gejaagd en gestrest."

Met zulke mensen weet Jezus raad. Door te ruilen. U Zijn rijkdom. En Hij uw armoede. Dat is genade. Geen wonder dat Paulus deze ruil zo noemt. U kent de genade (!) van onze Heere Jezus Christus ...  

En genade wil zeggen: Ik ben het niet waard, maar het wordt mij toch gegeven.

 

Nog een ding: wie deze ruil kent, leert om zich heen zien.

Paulus schrijft dit Kerstwoord terwijl hij bezig is om een appèl te doen op de mensen in Corinthe. Hij roept hen op om de armen te helpen.

Daarmee sluit ik af. Wie deze ruil verstaat raakt ook nadrukkelijk bewogen met anderen.

Ver weg en dichtbij.

Amen.

 

Ds. G.D. Hoff