Meditatie

 

Geroepen tot…                                                                                                       Jeremia 1

 

 

Jeremia is een profeet die door God geroepen wordt om een profeet te zijn voor de volken. Wat een roeping voor deze jonge man uit Juda.
 

bijbel2Jeremia is een vertaling van het Hebreeuwse Jirmejahu en betekent ‘De Heere zal verhogen’. Jeremia wordt als jongen geboren in een priestergezin in Anatoth. Deze plaats ligt even boven Jeruzalem. Hij zal om en nabij de twintig jaar zijn geweest toen hij geroepen werd. Het woord dat in vers 6 gebruikt wordt betekent ‘jongeman’ . Het is het jaar 626 v. Chr.
 

De prediking van Jeremia vindt plaats in de tijd van een aantal koningen van Juda: Josia, Jojakim, Zedekia. Niet allemaal even vrome koningen. Het is een tijd die zich kenmerkt door goddeloosheid en godverlatenheid, wij zouden misschien zeggen: van grote kerkverlating.
 

God openbaart zich aan Jeremia en Hij verklaart dat Hij Jeremia al kende voordat hij in de buik van zijn moeder werd gevormd. En dat hij geheiligd is, dat wil zeggen, apart gezet. Jeremia ontvangt een hoge roeping middenin de wereldgeschiedenis van zijn dagen.
 

Ook ons eigen leven ligt als een open boek voor de HEERE. Hij kende ons al voordat wij zelf enig besef hadden van ons bestaan. In de Bijbel zijn dit vaak woorden van troost. We hoeven onszelf niet beter voor te doen dan we zijn. ‘God kent jou, vanaf het begin, helemaal van buiten en van binnenin’, zingt een kinderliedje.
 

De tijd van Jeremia is politiek gezien een onrustige tijd. De wereldmacht AssyriŽ had het tienstammenrijk al ingelijfd en veel inwoners waren als ballingen weggevoerd. Het tweestammenrijk bestaat nog wel, al hadden zij zeker last gehad van de expansiedrang van de AssyriŽrs. Lees ook de geschiedenissen van koning Hizkia. AssyriŽ is ondertussen als grootmacht van het wereldtoneel verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor het rijk van Babel. Ook Juda moet buigen voor deze politieke macht.
 

De koningen van Juda verzetten zich regelmatig tegen deze overheersing, maar het levert slechts de wegvoering van grote groepen vakmensen op. Zo zijn EzechiŽl en DaniŽl al meegenomen naar Babel.

Er is in de wereldgeschiedenis niet zo veel veranderd. Macht, aanzien en eigenbelang staan nog altijd hoog genoteerd op de agenda van wereldleiders. Gehoorzaamheid wordt afgedwongen door hen die het sterkste leger en de grootste macht bezitten.
 

Jeremia wordt geroepen om het woord van de HEERE te spreken. Hij ziet het helemaal niet zitten. ‘Ach’, klaagt hij, ‘ik kan helemaal niet spreken’. Ik ben niet goed met woorden. Jeremia moet een profeet zijn voor al die grootmachten die zo veel sterker zijn dan IsraŽl. Wie zal zich wat aantrekken van de God van IsraŽl? Voor Jeremia lijkt deze last veel te zwaar.
 

Ook wij kunnen soms gebukt gaan onder de lasten van het leven. Wij ontvangen niet allemaal een roeping zoals Jeremia. Maar iedere taak die wij van God ontvangen is, volgens Calvijn, een goddelijke roeping. Op het werk, in het gezin, in de samenleving, waar God ons een taak heeft gegeven, zijn wij geroepen om te wandelen ‘als kinderen van het Licht’ en een getuige te zijn van Jezus Christus.
 

De HEERE is niet onder de indruk van Jeremia’s tegenwerpingen. ‘Zeg niet: ik ben maar een jongen’. Jeremia moet zich niet blind staren op zijn eigen kunnen, op zijn (on)mogelijkheden. God vraagt niet of wij zelf krachtig genoeg zijn voor een bepaalde taak, Hij vraagt slechts gehoorzaamheid. Jeremia hoeft alleen maar te luisteren en te gaan. Jeremia let vooral op de omstandigheden, God zegt alleen dat Hij moet volgen en gehoorzamen. De profeet moet op de HEERE letten en niet naar zichzelf kijken.
 

Jeremia hoeft het niet in eigen kracht te doen. ‘Wees niet bevreesd voor hen’, zegt de HEERE ‘Ik ben met u om u te redden.’ Ook voor gelovigen geldt deze bemoediging. Wie in deze wereld een getuige van God wil zijn en gehoorzaam is aan de roeping van de HEERE, mag weten er nooit alleen voor te staan. Hij is erbij, zo is Zijn Naam: HEERE, Ik zal zijn Die Ik zijn zal, Ik ben Die Ik ben.

 

Anneke van Maanen-Witteveen