Meditatie

ONVERZETTELIJK GELOOF

De koninkrijken van deze wereld zijn geworden van onze Heere en van Zijn Christus en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid.

Openbaringen 11: 15
 

Als we ons oor te luisteren leggen om ons heen of in ons eigen hart, horen we soms stemmen die niet altijd hetzelfde zeggen als bovenstaande tekst. Het zijn stemmen die soms eerder vraagtekens zetten bij het Koningschap van God dan uitroeptekens. Waarom? Omdat het er soms meer op lijkt dat we overgeleverd zijn aan machthebbers, machten en natuurkrachten.
 

De boodschap van Openbaringen 11: 15-19 heeft iets onverzettelijks. Het is alsof er even geen rekening gehouden wordt met terreur, met de onrust in het wereldgebeuren, vaak door corrupte regimes en gezagsdragers. Onrecht, gebrokenheid, de dood krijgen hier duidelijk niet het laatste woord. Het getuigenis van de vierentwintig ouderlingen is onverzettelijk in de verzen 17-18: “wij danken U, Heere, God de Almachtige, Die is, en Die was [en Die komt], omdat U Uw grote kracht hebt aangenomen en Koning geworden bent. En de naties zijn in toorn ontstoken en Uw toorn is gekomen en daarmee ook het tijdstip voor de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan Uw dienstknechten, de profeten, en aan de heiligen, en aan hen die Uw Naam vrezen, de kleinen en de groten, en om te verderven hen die de aarde verdorven hebben”.
 

Het is alsof de wederkomst al heeft plaatsgevonden. Dit wordt onderstreept door het gegeven, dat de woorden tussen haken (‘en Die komt’) in de grondtekst niet voorkomen. Met andere woorden, het is alsof Jezus Christus al is wedergekomen! We horen van de rechtvaardige oordelen over de goddelozen en van het genadeloon voor hen die God vrezen.
 

Maar zodra we de ogen van de Bijbeltekst afwenden en de krant lezen, dan doemt de wereld weer voor ons op waarin het Koninkrijk van God ver weg lijkt en het Koningschap van God slechts een droom. Juist in deze tijden vol onzekerheid zoeken we houvast en hoop.

De taal van onze tekst is vol zekerheid, het is de taal van het geloof. Wij ontvangen woorden van God. Ja, het ongeloof legt die woorden naast zich neer. Het kleingeloof wordt er door op de proef gesteld. Want deze boodschap gaat dwars tegen de werkelijkheid om ons heen of van ons eigen leven in. Toch mogen we ons oefenen in de onverzettelijk die deze tekst uitstraalt. Vasthouden aan Gods beloften. In navolging van Gods Woord gunnen ook wij de machten van het kwaad niet meer het laatste woord. We houden vast aan het Koningschap van God, alsof het Koninkrijk van God al voltooid is. Alsof de machten van het kwaad en de gevolgen van het kwaad zijn uitgewist. Dát is geloof, dat rekent niet alleen met het zichtbare, maar ook met de zekerheid van Gods belofte: “Zie, Ik maak alle dingen nieuw” (Openbaringen 21: 5). Dat zal zo zeker gebeuren als dat Jezus heeft overwonnen door Zijn dood en opstanding. Het is zó zeker, omdat de komst van het Koninkrijk in Zijn handen ligt. Dát is leven door het geloof. Op deze toonhoogte wil deze tekst u brengen, van het lied van het Lam op de troon, en wij er omheen.
 

Kroon Hem met koningskroon, het Godslam op zijn troon!

Het hemels loflied overwint in lofzang voor de Zoon

Ontwaak mijn ziel, en zing van Hem die voor mij stierf.

Ik prijs Hem als mijn eeuw-ge Vorst die ’t heil voor mij verwierf!

 

Kroon Hem, de Hemelheer, de Schepper van elke ding!

Kroon Hem tot koning, die de naam van Levensvorst ontving.

Ik geef U alle eer, mijn lied is U gewijd,

die stierf en leeft en Koning is in alle eeuwigheid.  (Weerklank 189)

 

Ds. P. van de Voorde