Meditatie

 

 

 

En hoe heet hij…?

 

En zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam JEZUS geven; … Zie, de maagd zal zwanger worden en een Zoon baren, en u zult Hem de naam EmmanuŽl geven; vertaald betekent dat: God met ons.

bijbel2

MattheŁs 1:21 en 23

 

Als een kindje is geboren, is ťťn van de vragen die al snel klinkt: ‘Hoe heet het’? We zijn vol belangstelling (of nieuwsgierigheid) naar de keuze van de ouders. Rond de geboorte van het Kerstkind was de naamgeving geen ‘vraag’, want die was al door een engel van God bekendgemaakt aan hen die dat moesten weten.

 

De naamgeving was naar Joods gebruik een zaak van de man en vader. Nu was daar bij dit Kind wel een zeer bijzondere wijze van spreken over het ‘Vaderschap’ met betrekking tot dit Kind. Toch gaat ook hier de Heere zijn eigen weg! We lezen hoe een engel tot Jozef spreekt: u zult Hem de naam Jezus geven. Jozef wordt in Gods heilshandelen actief ingeschakeld. Als man uit het geslacht van David speelt hij een belangrijke rol om Jezus een thuis te geven en daarom een naam te geven namens Vader. Gods Zoon krijgt van God zelf een naam onder de mensen: Jezus!

 

Ik las eens over een voorval bij de kassa in een winkel: Lieuwe (5) en Hielke (3) hadden een broertje gekregen en terwijl ze met hun vader boodschappen aan het doen waren, werden ze regelmatig gefeliciteerd. De caissiŤre vroeg belangstellend aan de jongens hoe de baby heette. Lieuwe antwoordde: “Jetse! Maar zijn achternaam weten we nog niet…” Wat zal het mannetje van 5 jaar gedacht hebben? De achternaam van Jetse kunnen we pas vragen als Jetse zelf kan praten…? Of dat de achternaam nog uitgezocht moest worden…? Jetse weten we al… “Maar zijn achternaam weten we nog niet…”

 

Is het nu zo met ‘Jezus’ ook gegaan? Hoe is zijn ‘achternaam’? Was het ‘Jezus ben Jozef’? Wat zoveel wil zeggen als Jezus, zoon van Jozef. Dat was gebruikelijk. Maar nee. In de Godsopenbaring klinkt niet alleen de naam van het Kind. Ook zijn toenaam wordt al bekendgemaakt: De engel spreekt tot Jozef over de komende Messias met Naam en Toenaam!… en u zult Hem de naam ImmanuŽl geven.

 

Als ImmanuŽl dan zijn ‘achternaam’ is, dan moet het voor ons toch wel overduidelijk zijn uit welk ‘geslacht’ Hij komt! Vaders Naam klinkt dan mee in de naamgeving van deze Zoon! Voor ons is het onmisbaar dat wij deze toenaam van Jezus kennen! ImmanuŽl; God met ons. Het is alleen dan, op die manier, dat we deze Messias ťcht leren kennen! Alleen zů begrijpen we pas echt wat Kerst voor een FEEST is!

 

In de naamgeving van dit kind gloort de volle openbaring van het genadewonder: God met ons! DŠt vraagt van ons allen een persoonlijk erkennen: De Heere met ons! Nu door Woord en Geest ook als levendmakende kracht door de werking van de Heilige Geest in ons hart! Daar bloeit en groeit het persoonlijk geloof… Alleen dŠn wordt het ťcht kerstFEEST! God met ons!

 

Ds  G.J. Hiensch