Jeugdwerk

 



Het Zeevaarderskamp

 

Na weken van voorbereidingen was het dan eindelijk donderdag 10 mei.

Auto´s van de leiding zaten propje vol, deze waren de dag voor kamp volgestopt met spullen die mee moesten en er kon ook niks meer bij. Nog net een plaatsje vrij voor de medepassagier die ook mee moest was over.

 

Om negen uur vertrokken de eersten richting Driebergen, om vast plek te maken voor de luchtbedden en om de boel gezellig te maken.

 

Tegen half twaalf kwamen de eerste zeevaarders aan. Tassen en luchtbedden werden uit de auto gesjord. Snel naar binnen voor een plekje in de kajuit, luchtbedden werden opgepompt, sommigen hadden de luxe van een opklapbed of hangmat.

 

De ouders die hun kroost hadden gebracht, werden stiekem een beetje weggekeken, van ga nou maar, wij willen geen pottenkijkers.

Ze werden uitgezwaaid door de kinderen en leiding met heel veel tranen (maar niet heus) en het kamp kon beginnen.

 

De tafel stond al gedekt, dus om half één gingen we eten.

Voor het eten lazen we eerst het Bijbelverhaal, het thema dit jaar was: Vaar mee met de Bijbel.

Dit waren Bijbelverhalen die te maken hadden met gebeurtenissen over water.

Het eerste verhaal was over Noach en de Ark.

Allemaal kregen ze een boekje met bingokaarten. Op die kaarten stonden woorden die met het verhaal te maken hadden. Ze moesten allemaal goed luisteren naar het verhaal want daar kwamen de woorden in voor die op het vel stonden en die moesten ze dan aankruisen.

Aan het eind van het kamp en na alle Bijbelverhalen was er nog een soort quiz.

 

 

Na het eten en de vaat en alles wat er bij hoorde, kwamen Boris Zwartbaard  en zijn maatje binnen, die aangespoeld waren op een onbewoond eiland. Ze hadden bijna niks meer, alleen de kleding die ze aan hadden. Alles was weggespoeld, ook zijn schatkist waar al zijn geld en goud in zat was allemaal naar de zeebodem gezonken.

Ze vroegen ons om hulp. Of wij hen konden helpen om in deze dagen dat wij daar waren hen weer zeevaardig te kunnen maken.

Zo konden we met speurtochten en spelletjes doen edelstenen verdienen om de nieuwe schatkist van Boris Zwartbaard en zijn maat te vullen, nieuwe kleren  maken en een vlot bouwen om van het eiland weg te kunnen varen.

Wij hebben met z’n allen toegestemd dat we hen zouden helpen.

 

Eerst hadden we rebusjacht gedaan. Ieder kreeg een stukje rebus. Zo konden ze kijken bij wie ze in de groep zaten en welke leiding daar bij hoorde.

De groepen waren de Malle Matrozen, de Stoere Stuurmannen en de Knappe Kapiteins.

 

Daarna gingen we een Teambuildingspel doen. Kijken of we met elkaar als team goed konden samenwerken. Eerst touwtrekken, wat veel vergde van onze krachten, maar we lieten ons niet kennen. Woordjes schrijven met een stift waar touwtjes aan vast zaten zonder de stift aan te raken, wat zeer moeilijk was, maar een echte zeevaarder moet dat toch kunnen.

En nog een spel waarbij je twee bekers water op een blad naar de overkant moest brengen en wie de volste emmer had, had natuurlijk gewonnen. Dat was een zeer spannende wedstrijd, erg leuk, zo leerde je het groepje goed kennen.

 

 

Na even lekker wat drinken en een snoepje genuttigd te hebben gingen we een handelsspel doen.

Per groep kregen we een straatnaam, daar moesten we naar toe lopen. We mochten gelukkig voor moderne begrippen de navigatie meenemen. Daar hing een envelop met rebus, deze moesten we oplossen. We moesten een park opzoeken en daar zaten Boris Zwartbaard en zijn maat op ons te wachten. Van hen kregen we een kaart. Die moesten we gaan ruilen bij mensen voor wat anders.

Als we dachten dat we dit konden gebruiken voor de schatkist, mochten we terug naar ons kampgebouw. Zo niet, dan moest je verder gaan handelen. Zo gezegd zo gedaan.

Na een fikse wandeling door Driebergen (en maar handel drijven) kwamen we weer aan bij het gebouw.

 

Nog even wat gedronken en nog lekker chillen. Daarna gingen we eten.

Maar voor het eten eerst weer het Bijbelverhaal/bingo, deze keer ging het over Jona en de vis.

We hebben heerlijk pannenkoeken gegeten, gebakken door Jan en Wilma. Er was van alles: kaas, spek, appel, naturel. Binnen de kortste keren waren ze op. Zo hongerig waren de zeevaarders.

 

Rond zeven uur gingen we met z’n allen nog een bosspel doen. Daar moest je zoveel mogelijk parels binnen zien te halen voor je eigen groep. Het ging soms hard tegen hard. Maar wel heel leuk. En rennen tot je erbij neer viel, wat sommigen ook deden, want er zaten wel vervelende boomstronken in de weg en in het vuur van het spel zag je deze over het hoofd.

Bij terugkomst van het bosspel kregen we nog lekker wat drinken en hebben het laatste Bijbelverhaal van deze dag gedaan. Dat ging over het lopen over de zee van Petrus.

 

De jongste groep ging lekker douchen, kregen nog een lekker zakje chips en mochten toen lekker naar hun kajuit. Maar voordat ze echt lagen, waren er verschillenden wel tien keer uit bed geweest om zijn of haar kussen of wat anders te halen aan de andere kant van de kajuit. En de zaklampen branden nu nog 😊.

 

De oudste groep ging nog een lekker eng nachtspel doen.  Wat sommigen echt niet leuk vonden, maar dat hoort er nu eenmaal bij als je een zeevaarderskamp hebt met piraten e.d. Na afloop van dit spel, wat niet echt vroeg was, kregen ze nog wat lekkers en wat drinken.

En mochten ze ook gaan slapen, dat duurde nog wel een poos, want de hele groep was weer lekker wakker, maar dat hoort er bij.

Na nog wat heen en weer gefluister en geschuif van de bedden was het stil. En konden we uitrusten tot de volgende morgen voor een nieuwe kampdag.

 

Dit is dag 1, dag 2 komt in de volgende Petra.

Zo kunt u toch een beetje meebeleven wat wij gedaan hebben op kamp.

 

Ahoy, namens de Malle Matrozen, de Stoere Stuurmannen en de Knappe Kapiteins.