Gelezen in.........

In het vorige kerkblad stond het artikel uit het boekje van ds. J.J. Poort ‘Liefde geeft licht’, met als titel ‘We heten dezelfde naam’. Het volgende hoofdstuk sluit daarop aan. We kijken daarin a.h.w. terug op het kerstfeest, maar ook al vooruit naar de lijdenstijd, Goede Vrijdag en Pasen.

 

Wees dan tenminste een kandelaar!

Net als het opschrift boven het vorige hoofdstuk is ook dit een citaat. Maar nu niet van een dichter, maar van een troepencommandant. Hij had het eigenhandig met grote letters achter zijn bureau aan de muur gehangen, zodat iedereen die voor hem verscheen het wel lezen moest. Soms liet hij het een soldaat hardop lezen: ‘Ben je geen licht? Wees dan tenminste een kandelaar.’

 

Geen licht. Dat was misschien uw conclusie na het vorige hoofdstuk. Ik denk trouwens dat het ook een levenslange conclusie van de discipelen zelf is geweest, al werden ze ‘licht der wereld’ genemd. Het was altijd hun roeping en werd die roeping realiteit dan was het omdat Christus’ licht door hun eigen donkere levens heenbrak en via hen naar andere mensen straalde. Zo was het ook bij een man als Paulus, de zendingsapostel. Nooit heeft hij gepretendeerd dat hij licht voor duister Europa was, maar als hij het was dan hadden hij en Europa dat te danken aan Christus, die hem doorstraalde: ‘Niet meer ik, maar Christus leeft in mij.’

Zo gebeurt dat altijd in het leven van een volgeling van Jezus: doorbrekend licht uit Christus naar anderen toe, zoals Christus Zelf doorbrekend licht van God was naar Zijn volgelingen toe.

God, Jezus en een mens. Hoe is het mogelijk! ‘Wij heten dezelfde naam…’: licht!

 

Maar als je nu vraagt: wat voor licht? En: in onderscheid of ook in tegenstelling tot kunstlicht, ander licht dat zich als licht in deze wereld aandient, wat zeg je dan? Wat noem je dan?

Mag ik heel losjes, heel onkrampachtig en ook heel persoonlijk aan paar woorden als eerbetoon aan dat bijzondere licht hier neerschrijven? Christus is voor mij het licht der lichten, omdat Hij de duisternis zocht en Zijn eigen, hemels lichtrijk verliet. Dat is toch Zijn komst, Zijn geboorte? Dat het licht schijnt in de duisternis? Niet er ver boven. Niet er eindeloos onverschillig overheen, maar precies en volkomen ongevraagd en onbaatzuchtig er middenin? Het licht dat duisternis, vijand van het licht, zoekt. Is dat niet uniek?

En meer dan alleen maar zoekt: erin onder wil gaan, zich niet handhaaft, maar als licht ten onder gaat aan de machten van de duisternis. Golgotha, waar het op die Goede Vrijdag inktzwarte duisternis werd. Omdat Hij de zondeschuld van de duisterlingen op Zich nam, overnam, dragen ging, verzoenen ging voor God. Oneindig wonderlijk, dat Jezus, het licht, dat doet! Dat het Licht het duister draagt.

 

En dat dit licht, Jezus, dan op Pasen opstaat uit de duisternis. Uit het duister van het dichte graf, uit de nederdaling in de buitenste duisternis. Dat dit licht, Jezus, van Godswege verrijst en de duistere figuren die Hem moeten bewaken, worden als doden… Het licht, Christus, overwint, toont dat aan. Tot troost. Tot voorteken van het einde. Het einde van de wereld. Ons persoonlijk einde.

In Johannes 8 staan deze woorden:’Ik ben het licht der wereld; wie Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben.’

 

En, zeg je, als een bittere conclusie: zijn dat dan de bijzondere kenmerken van het licht van Jezus Christus? Dan draag ik bepaald niet dezelfde naam. Want ik kan niet zeggen dat ik mijn eigen vijanden opzoek, zoals Hij met Kerst een donkere wereld opzocht – niet tot hun onheil maar tot heil, verzoening, opheffing van angst. Ik ljk er niet op! En ook dat tweede niet: de ellende van die ander overnemen, zoals Hij de straf die hen had moeten treffen, op Golgotha overnam – nooit! Ik heb dat niet!

En dat laatste: dat ik daar niet aan ten onder ga, maar door God verhoogd word, uit het graf, de hemel in: om dat te geloven, dat vast voor ogen hebben, die hoop, dat vast vertrouwen!

Niet dezelfde naam dus?

Niet dat licht?

Nog niet?

 

Maar wees dan tenminste een kandelaar, die dat licht der wereld hooghoudt! Al heb je er zelf nog geen deel aan – maar wel de hoop dat een ander er deel aan krijgt: houdt het licht Jezus middenin deze wereld hoog!

 

Wees zo’n kandelaar!