Gelezen in.........

Uit een wat ouder boekje van dr. C.A. Tukker, ‘Bijbelse geloofsbegrippen’, waarin 20 kernbegrippen worden behandeld, nemen we er n over: Het Koninkrijk van God. Hieronder het tweede gedeelte. Het eerste gedeelte is afgedrukt in het vorige kerkblad.

 

Het koninkrijk van God (2 - slot)

 

Opmerkelijk is dat deze hemelse dienaars, de engelen die naar hun aard (het Hebreeuwse mal’āk en het Griekse angelos zeggen het al) boodschappers zijn, Gods heerschappij uitvoeren door te gehoorzamen aan de stem van Zijn Woord en zo Zijn welbehagen doen. Aan de engelen zien wij dat God met andere machtsmiddelen werkt dan de rijken van deze wereld. Hij regeert door de adem van de mond van de Messias, waarmee Hij de goddeloze doodt (Jesaja 11:4; Job 4:9) en door Zijn Woord dat het richtsnoer van Zijn daden is (Psalm 33:2 berijmd). Maar juist als boodschappers zijn de engelen tegelijk de uitvoerders van Zijn Woord. Het Bijbelboek Openbaring laat ons duidelijk zien dat de boodschappers macht hebben en dat de uitrolling van Gods plan hetgeen dat op de wereld gebeurt, bepaalt.

Op Elisa’s gebed ziet de knecht van de profeet dat Dothans berg vol vurige paarden en wagens is rond de profeet en dat Gods legermacht talrijker en krachtiger is dan de vijand die de profeet van God in zijn werk wil belemmeren (2 Kon. 6:17). Gods Koninkrijk is van de hemelen. Het komt nabij (Matth. 3:2 en 4:17) en is aanwezig in Hem Die de Koning is. Hoeveel legerscharen deze Koning ook heeft, Hij (en in Hem het Koninkrijk) is gekomen, niet om gediend te worden maar om te dienen en Zijn leven te zetten tot een rantsoen, een losprijs voor velen (Marcus 10:45). In die weg is de Koning echter niet machteloos, maar verkrijgt Hij alle macht in de hemel en op aarde (Matth. 28:18) en gaat Gods welbehagen voorspoedig voort (Jesaja 53:10). Hoe talrijk de mensen ook zijn, die achter Hem weggaan, Hij wint allen die hem de Vader gegeven heeft (Joh. 17:12). Meer nog: al de vijanden legt God onder Zijn voeten, tot en met de dood. En in de grote dag van Gods gericht zal Hij Zich onderwerpen aan de Vader, Die dan alles in allen zal zijn (1 Kor. 15:25-28).

Niet ieder buigt zich voor de Koning der koningen. Maar ieder en alles zal wel, eventueel tegen eigen wil in, zich meten buigen voor Hem. Zo krijgt God Zijn schepping terug door Christus’ heerschappij. Zo wordt God de Vader weer Koning over de (nieuwe) hemel en aarde.

 

De wet van het Koninkrijk

Wij zagen al dat in de Heere Jezus het Koningschap een vreemde weg aflegt. Hij verliest de mensen en soms, als zij Hem (aards) koning willen maken, wijst Hij het zelfs af (Joh. 6:15). Hij sterft en zo wordt Hij pas goed de Koning van Isral. Eigenlijk gaat heel Zijn Koningschap tegen vlees en bloed in.

Zo is het nu ook met Zijn onderdanen gesteld. En met de manier waarop de Heere met hen en zij met Hem en met elkaar omgaan. De wet van het Koninkrijk vind je o.a. in de Bergrede (Matth. 5 e.v.), bij Lucas (6:17-49), de veldrede genoemd. Direct valt ons in het eerste deel (de zaligsprekingen) al op, dat Jezus mensen zalig spreekt, die wij nooit zouden zalig spreken. Of we nu alle aangeduide ‘groepen’ nu letterlijk als arm van geest en treurend en hongerig en dorstig moeten opvatten, of dat er aanwijzingen zijn om deze verzen geestelijk uit te leggen, zeker is dat armen van geest en het hemelse Koninkrijk, en zachtmoedigen en de erfenis volgens de wetten van de logica slecht bij elkaar passen. Maar wanneer je bedenkt dat Hij Die telkens ‘zalig’ zegt en daarmee het ‘welgelukzalig’ van zoveel psalmen vervult, mensen zalig maakt van hun zonden(weg), dan begrijp je beter waarom juist deze mensen zalig gesproken worden. Zij volgen Jezus, de Koning, op Zijn wondere weg.

In de Bergrede trekt de Heere Jezus de laatste consequenties uit de wet van Zijn Vader. Het gaat om overvloediger gerechtigheid dan die de schriftgeleerden en farizeen voorstaan (Matth. 5:20). Wie het Koninkrijk der hemelen wil ingaan moet net als de Vader Die in de hemelen is, volmaakt zijn (Matth. 5:48). En volmaakt wordt je door je te laten dienen door de Koning Die Zijn leven gaf tot een rantsoen voor velen. Wanneer je de brief aan Efeze leest, dan zul je in elk hoofdstuk die volmaaktheid en wat zij inhoudt, vinden.

De wet van het Koninkrijk beperkt zich niet tot de discipelen en de gemeente. Matthes 5: 1-2 leert ons dat er bij die berg vanwaar Jezus de Bergrede uitsprak, n middelpunt is met twee concentrische cirkels. Jezus zit op de berg, Zijn discipelen zijn rond Hem en ontvangen Zijn Woord. En zij geven het door aan de schare. De Heere is het centrum. Zijn gemeente staat om Hem heen en Zijn koninklijk Woord gaat door de gemeente heen tot al de volken om hen Zijn discipelen te maken (Matth. 28:19).

Het Koninkrijk van Christus is op de toekomst gericht. Alle volken zullen buigen voor Hem en dan geeft Hij het koningschap aan God de Vader terug. Maar dat betekent alleen zaligheid voor wie in Hem geloofd hebben en door Hem zalig gesproken zijn in de Bergrede.