Gelezen in.........

In de Waarheidsvriend schreef dr. M. van Campen uit Ede onlangs een boeiend artikel over heiliging, met als titel ‘Toegewijd zijn’. En paar gedeelten hieruit kunt u hieronder lezen.

 

Bijbels

De heiliging is geen onderwerp dat afkomstig is uit de studeerkamer van theologen, maar de heilige Schrift reikt het keer op keer aan. Het loopt als een rode draad zowel door het Oude – als door het Nieuwe Testament. De oproep ‘Heilig moet u zijn, want Ik, de Heere, uw God, ben heilig’ uit Leviticus 19: 2, keert bijna woordelijk terug in de brief van de apostel Petrus (1 Petrus 1 16).

In de Bijbel heeft ‘heilig’ de betekenis: afgezonderd zijn, apart gezet zijn, toegewijd zijn. De voorwerpen in de tempel waren heilig,omdat ze bestemd waren voor de dienst aan God.

De oproep tot levensheiliging vindt zijn bron in het Wezen van God. Hij is de Heilige bij uitstek. En omdat Hij heilig is, willen Zijn kinderen het ook zijn en steeds meer worden. Ergens las ik heel treffend: ‘Heiliging begint van boven af, door het werk van de Heilige Geest, maar werkt vervolgens door in een totale mentaliteits- en gedragsverandering. Gods kinderen gaan steeds meer op hun Vader lijken’.

 

Praktisch

Het bijbelse spreken over heiliging blijft niet in de lucht hangen. De oproep om heilig te leven raakt alle domeinen van het menselijk bestaan. We worden geroepen om heilig te leven in ons huwelijk, in ons gezin, op het werk, in de samenleving op de plaats waar God ons roept.

Het komt niet alleen tot uiting in grote en gewichtige zaken, maar ook in de kleine dingen van iedere dag. Leviticus 19 geeft een aantal concrete voorbeelden. Het raakt de manier waarop kinderen met hun ouders omgaan (vers 3). Het heeft te maken met de manier waarop we de rustdag vieren. Het vraagt dat we ‘nee’ zeggen tegen de afgoden van de wereld. Heiliging heeft ook te maken met de zorg voor de armen en de vreemdelingen (vers 10). De ander niet benadelen, niet stelen, je werknemers niet tekortdoen, een dove niet vervloeken en geen struikelblok neerleggen voor de blinde.

In al deze concrete en praktische zaken vraagt God dat wij Zijn wil doen. ‘Wees heilig want Ik ben heilig’.

Een heilige levenswandel richt zich allereerst en allermeest op de eer van God. Door heilig te leven eren wij Hem als de bron van ons leven. Als Gods kinderen onheilig leven, werpt dat een smet op de Naam van God. Daarnaast heeft heiliging ook betrekking op onze naaste. Door te leven naar Gods bedoeling worden anderen opmerkzaam gemaakt en getrokken tot de levende God. De Heidelbergse Catechismus wijst daar al op. Op de vraag hoe wij goede werken moeten doen, luidt een van de antwoorden: dat door onze godzalige wandel onze naaste voor Christus gewonnen wordt (antw. 86).

Laat ons dagelijks gebed zijn:

Heilig ons, dat wij U geven,

hart en ziel en heel ons leven.