Gelezen in.........

Opnieuw een gedeelte van een studie uit het boek van

dr. C.A. Tukker, ‘Het blijvende Woord, Bijbelse geloofsbegrippen’. Ditmaal uit het hoofdstuk ‘Wederkomst en verheerlijking’.

 

Regelmatig wordt tegen een ouder iemand wel gezegd: ‘Je hebt het beste al gehad’. Een antwoord dat soms klink luidt: ‘Het beste al gehad? Het beste moet nog komen!’ Wie in Christus tot leven is gekomen, krijgt door Zijn opstanding een levende hoop (1 Petrus 1: 3). Die hoop beschaamt niet, doordat God Zijn liefde door de Geest uitstort in onze harten (Rom. 5: 5). Er is niets mťťr zeker dan Gods toekomst!

 

De toekomst

Maar wat bedoel ik met zeker? De hoop is op dezelfde manier zeker als het geloof. Je ziet (nog) niet wat je hoopt, maar je mag het met lijdzaamheid, met geduld en volharding, verwachten. En de zekerheid ligt in de belovende God. Wanneer je de Apostolische Geloofsbelijdenis bekijkt, dan worden in de eerste tien artikelen allemaal heilsfeiten genoemd, die op het heden en verleden betrekking hebben. Maar in de laatste twee gaat het over de toekomst. Al Gods heilsfeiten zijn feiten: ze zijn al gebeurd. Op ťťn na. De wederkomst en opstanding der doden liggen in de toekomst. Dichtbij? Veraf? Zijn we in de allerlaatste dagen of duurt het nog eeuwen?

In MattheŁs 24 waarschuwt Jezus Zijn discipelen als antwoord op hun vraag wanneer de stenen van de tempel zullen worden afgebroken en welk teken Zijn komst en de voleinding van de wereld zal inluiden. Hij zegt: ‘Zie toe dat u niemand verleide’ (vers 4). Er is heel veel misleiding op het gebied van de datering van Zijn wederkomst. En je kunt er wel zeker van zijn dat, als iemand heel precies kan zeggen wanneer dit en dat zal gebeuren en wat die en die ramp te betekenen heeft, je misleid wordt.

 

Tekenen

Jezus geeft tekenen, maar tegelijk geldt dat Zijn dag komt als een dief in de nacht (1 Tess. 5: 2). Hij beschrijft in MattheŁs 24: 29-35 dat de Zoon des mensen komt na een grote verdrukking en met tekenen aan de hemel. En toch zegt Hij erachter: ‘Van die dag en ure weet niemand, ook niet de engelen in de hemelen, dan Mijn Vader alleen’ (vers 36). De toekomst van IsraŽl wordt op veel plaatsen beschreven, maar wanneer Zijn discipelen vragen of Hij rond Zijn hemelvaart aan IsraŽl het Koninkrijk weer zal oprichten, zegt Hij: ‘Het komt u niet toe te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft (Hand. 1; 6-7).

Als je leest in het Bijbelboek Openbaring, sta je telkens weer voor een dilemma. Vermijd je de datering van de teksten, dan komt de vraag telkens weer: ‘Is dit nu al gebeurd of moet het nog komen?’ Wat mij altijd weer treft, is dat Johannes, gedreven door Gods Geest, de taal van het Oude Testament, voor IsraŽl de gehele Schrift, gebruikt om ontwikkelingen en gebeurtenissen in de toekomst te omschrijven. Er bestaat een direct verband tussen de taal van Gods Woord en de werkelijkheid die wij beleven. Maar de Bijbel is geen puzzelboek en er wordt geloof van ons gevraagd om dat verband telkens weer te zien.

 

Welke aanwijzingen

Welke aanwijzingen geeft de Bijbel over wat er bij de wederkomst gebeuren gaat? In Mat. 24 wordt heel veel genoemd. Daar spreekt Jezus over drie dingen: Jeruzalems verwoesting en de verdrukking die de prediking van het Evangelie in de hele wereld begeleidt en Zijn wederkomst. Onder kosmische tekenen komt Hij terug om over de volken recht te spreken (Mat. 25: 31 e.v.).

Hij zendt Zijn engelen uit, die de maaiers bij de wereldoogst zijn, om Zijn uitverkorenen bijeen te vergaderen

(Mat. 24: 31). Er zal een herkenning van Hem zijn bij al de geslachten van IsraŽl (Zach. 24: 31) en bij al de geslachten der aarde (Mat. 24: 30). Wederzijdse herkenning is onwaarschijnlijk, omdat de mensen die aan de toekomende eeuw deel krijgen, niet huwen en ook niet ten huwelijk genomen worden, maar als engelen van God zullen zijn en voor Hem leven (Mat. 22: 30 en 1 Joh. 3: 2).

Een ander gedeelte dat opstanding en wederkomst centraal stelt, is 1Tess. 3: 13 – 5: 11. Ook hier wordt gezegd dat de Heere op de stem van een aartsengel en met de bazuin van God zal neerdalen van de hemel. Maar in plaats van een voorafgaande opstanding (vgl. 1 Kor. 15: 21-24) is hier sprake van gelijktijdigheid tussen wederkomst en opstanding. Op Gods bazuingeklank daalt Christus neer en op Zijn stem staan de doden op. Hoewel 1 Kor. 15 en 1 Tess. 4 erop schijnen te wijzen dat alleen of eerst die in Christus gestorven zijn opgewekt worden, leert de rest van de Schrift ons dat alle doden zullen opstaan.

 

De bestemming

De bestemming van God kinderen is bij de Heere, waar de bij Zijn wederkomst nog levenden samen met de opgewekten opgenomen worden. De woorden ‘de Heere tegemoet’ (1 Tess. 4: 17) duiden erop dat zij de van de hemel weerkerende Jezus als het ware omstuwen en Hem de heerlijkheid geven op de dag van Zijn kracht (Mat. 24: 30), overeenkomstig de roep in de gelijkenis van de wijze en dwaze maagden: ‘Ziet, de Bruidegom komt, gaat uit Hem tegemoet!’ Het feit dat die roep te middernacht gehoord wordt, onderstreept opnieuw dat Zijn komst onverwacht is en dat wij dus altijd bereid moeten zijn. Die bereidheid bestaat in de goede bewaring van het huis van Hem die weerkomt. Want om die reden zal de knecht die zů handelt, bij de komst van zijn Heer zalig gesproken worden (Luc. 12: 35-38).

Die bereidheid bestaat in waken en bidden (Mark. 13: 33 en 37). De wederkomst is er immers belangrijk genoeg voor: de meeste gelijkenissen waarin het Koninkrijk van God wordt voorgesteld, eindigen in de wederkomst.