Gelezen in.........

Al eerder hebben we een stukje overgenomen uit het boek ‘Het blijvende Woord, Bijbelse geloofsbegrippen’, geschreven door ds. C.A. Tukker. Deze keer een paar gedeelten uit het hoofdstuk ‘Heilig en heiligen’.

 

Begin

De Heidelbergse Catechismus zet boven het derde deel van de Twaalf Artikelen: ‘over God de Heilige Geest en onze heiligmaking’. Tot die heiligmaking behoort het geloof in de Heilige Geest, de Kerk en gemeenschap der heiligen, de vergeving der zonden en het eeuwige leven. Heilig en heiligen zijn dus niet het resultaat van vrome prestaties, maar inhoud van het geloof. En dr het geloof word je heilig: afgezonderd van de zonde en toegewijd aan en bestemd voor God en Zijn dienst.

 

Wat zegt de Bijbel?

De eerste keer dat de Bijbel van heiligen spreekt is in Genesis 2: 3. God heeft de zevende dag gezegend en die geheiligd, omdat Hij daarop gerust heeft van al Zijn werk, dat Hij geschapen had om te (vol)maken. Het heiligen van de sabbat houdt in dat het werk van God in rust en gezegend is. Want het is volmaakt, het is zeer goed! Elke zevende dag is heilig in de viering van het volmaakte werk van God.

De laatste keer dat de Bijbel van heiligen spreekt is Openbaring 22; 19. De heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, de altijd durende dag des Heeren, de bruiloft van het Lam komen in de slothoofdstukken ter sprake en in hoofdstuk

22: 19 gaat het om ons deel in het boek des levens en de heilige (!) stad en de waarschuwing voor de plagen die in dit boek geschreven zijn.

Heilig

Heilig loopt in de Bijbel van paradijs tot nieuw Jeruzalem en van sabbat tot sabbat. Maar wat betekenen nu de woorden heilig en heiligen tussen die twee in? In het Oude Testament betekent de wortel van het werkwoord heiligen iets dat scheiding maakt tussen het profane en de eredienst. Hiernaast bestaat er ook een ander woord, dat wij met heilig vertalen en dat zoveel betekent als rein. Beide begrippen houden verband met de eredienst. Heilig worden niet zozeer het gereedschap en de offers en kleding in de tempel genoemd, alswel vooral God en mens in de wederzijdse ontmoeting in de eredienst. Bij de mens gaat heilig dan ook het zedelijke (het goed houden) van het leven raken, maar daar is het niet mee gelijk te stellen.

 

Heiligheid

Het zelfstandige naamwoord heiligheid wordt in de oudste teksten voor de heiligheid van Gods Naam gebruikt en als aanduiding van het heilige en het heilige der heiligen in de tempel. Ook hier gaat het om de eredienst; immers de woorden ‘toen begon men de Naam des Heeren aan te roepen (Gen. 4: 26) duiden er al op dat God in Zijn Naam Zichzelf openbaart, opdat Hij door Zijn volk aangeroepen en gediend wordt. En van de delen van de tempel geldt uiteraard hetzelfde.

Omdat God in het midden van Zijn volk woont, wordt de relatie tussen God en Isral die van n voortdurende eredienst. De gemeente is een heilig volk (Deut. 7: 6) en een verkregen volk, een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, met het doel dat Gods deugden verkondigd worden (1Petr. 2: 5 en 9).

 

Ook zo in het Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament ligt het precies hetzelfde. Het driemaal heilig uit Jesaja 6 keert in Openbaring 4: 8 terug. De Heere Jezus Christus heet de Heilige (Joh. 2: 20 en 6: 69) omdat Hij Gods Zoon is (Luc. 1: 35). Bij Zijn geboorte en bij Zijn doop is er de Heilige Geest, Die Hem verwekt en verklaart als Zoon van God in ons vlees. Hij is het heilig Kind Jezus (Hand. 3: 14 en 4: 27), Die met Zijn offer voor God treedt (Hebr.). En zo wordt de heiligheid van God op de Geest betrokken (Mat. 12: 32).

 

God – de Heilige Geest – de gemeente

De Geest houdt de gemeente op aarde in gemeenschap met Christus, overeenkomstig Zijn gebed: ‘Heilig hen in Uw waarheid’ (Joh. 17: 17). En Hij houdt God in gemeenschap met de gemeente. Die gemeente is in de heiligmaking veel meer dan een vergadering of samenkomst. Ze bestaat uit gemeenschap met God en liefde onder elkaar. Omdat Jezus in Zijn volkomen toewijding aan de Vader Zichzelf tevens volkomen heeft toegewijd aan degenen die Hem de Vader gegeven heeft, wijden al de zijnen zich volkomen aan God en Zijn gemeente toe. Heiligheid en liefde gaan hand in hand.

 

In en tot de heilige dienst

Aan het begin noemde ik de eredienst. De heiligmaking voltrekt zich in en tot de heilige dienst. Deze dienst kan echter, ook in de Bijbel, in verschillende betekenissen worden opgevat. Daar is ‘ere’-dienst, maar ook ‘onderling dienstbetoon’. Liggen die ver uit elkaar? Op grond van wat de Bijbel ons over heilig en heiligen leert, constateren wij dat ze samen horen. Het tweede gebod is aan het eerste gelijk. Samen heten ze liefde, heilige liefde, wel te verstaan.