Gelezen in.........

Op 21 februari is de bekende Amerikaanse evangelist Billy Graham overleden. Veel landen heeft hij bezocht en veel boeken geschreven om zo de Heere Jezus te verkondigen.

In zijn boek ‘Vrede met God’ schrijft hij o.a. het onderstaande over de opstanding van Jezus Christus.

 

Vroeg op de Paasmorgen gaan Maria, Maria van Magdala en Salomé op weg naar het graf om het dode lichaam te zalven. Daar aangekomen raken zij ontsteld doordat zij het graf geopend zien. En daar is ook een engel, die zegt: ‘Ik weet dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was’. Vervolgens laat hij de heerlijke tijding horen: ‘Hij is hier niet, want Hij is opgestaan.’

Van dit grote heilsfeit is het gehele plan van Gods verlossingswerk afhankelijk. Zonder de opstanding zou er geen redding zijn. Christus heeft keer op keer Zijn opstanding aangekondigd. En Hij verrees, zoals Hij gezegd had.

Zijn opstanding betekende ten eerste dat Hij waarlijk God was. Hij was wat Hij verklaarde te zijn. Christus was God in het vlees. Ten tweede betekende zij, dat God Zijn verzoenend werk aan het kruis, dat noodzakelijk was voor onze zaligheid, had aanvaard. ‘Die is overgeleverd om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging’ (Rom. 4; 25). Ten derde geeft zij de mensen zekerheid aangaande een rechtvaardig oordeel. Ten vierde waarborgt zij dat ook onze lichamen ten laatste heerlijk zullen opstaan. ‘Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn’ (1 Cor. 15: 20).

De Schriften leren, dat de lichamen van ons, christenen, wel in het graf gaan, maar dat zij op de grote morgen van de opstanding zullen herrijzen. Dan zal de dood verzwolgen zijn in de overwinning. Als gevolg van de opstanding van Christus is de prikkel van de dood verdwenen. Christus heeft nu de sleutels van de dood. Ja, Hij zegt: ‘Ik ben de eerste en de laatste en de levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid en Ik heb de sleutels van de hel en van de dood. (Openb. 1: 18.) En Hij belooft: ‘Ik leef en gij zult leven’.

De opstanding betekent ook dat de dood overwonnen is. De macht van de dood is gebroken en de angst voor de dood is verjaagd. Wij kunnen nu zeggen met de psalmist: ‘Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij’ (Psalm 23: 4).

Als vrucht van Jezus’ opstanding kon Paulus vurig verlangen naar zijn ontbinding en zeggen: ‘Het leven is mij Christus en het sterven mij gewin’ (Fil. 1: 21).

Zonder de opstanding van Christus zou er geen hoop voor de toekomst zijn. De Bijbel, Gods Woord, belooft dat wij de opgestane Christus zullen zien van aangezicht tot aangezicht en een lichaam ontvangen dat gelijkvormig is aan het Zijne.

 

 

https://gallery.mailchimp.com/a3d73a0b8621c1d83e249f295/images/a7781801-a421-487c-b400-068c83b12770.jpg